wp18488983.png
wp08d63da2.gif

BEWEGING EX-MOSLIMS VAN BELGIË - MOUVEMENT DES EX-MUSULMANS DE BELGIQUE

wp25decc74_0f.jpg
wp7b2f8afe.png
wpb13898e8_0f.jpg
wp5902e00c.png
Moslims geloven dat Allah de auteur is van de Koran. En Allah zegt in vers 15.9 dat hij zijn boodschap zal vrijwaren:

15.9. Voorwaar, Wij hebben deze vermaning (de Koran) nedergezonden en voorzeker Wij zullen er de Waker over zijn.

Moslims geloven dan ook dat de Koran perfect bewaard is zoals Allah hem aan Mohammed geopenbaard heeft via visioenen. Hierin is de Engel Gabriël verschenen die de Koran aan Mohammed gedicteerd heeft.

Wij nemen het standpunt van de moslims, dat de Koran letter voor letter het woord van Allah is, dan ook als uitgangspunt. Indien men aanneemt dat bepaalde passages dit niet zouden zijn, dan kan men de hele Koran in twijfel trekken.

De Koran beweert van zichzelf een „duidelijk boek“ te zijn, zoals bijvoorbeeld gesteld in volgend vers:

5.15. O, mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen, die veel van hetgeen voor u verborgen bleef van het Boek heeft ontsluierd en veel overgeslagen. Er is van Allah inderdaad een licht en een duidelijk Boek tot u gekomen.

Nu zou men verwachten dat in „een duidelijk boek“, dat een leidraad is voor het leven van meer dan een miljard moslims, er ook ondubbelzinnig geschreven wordt en dat tenminste duidelijk is wie aan het woord is. Dat Allah systematisch in de Ik-vorm, de Wij-vorm of de Hij-vorm schrijft. Dit is niet zo. De persoonsvormen worden door elkaar gehaald, zelfs in een en dezelfde zin, heel erg verwarrend.

In volgende verzen kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het Mohammed is die spreekt en niet Allah. In vers 39.2 worden Wij, Allah en Hem in dezelfde zin gebruikt.

39.1. De openbaring van dit Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwijze.
39.2. Voorwaar, Wij hebben u het Boek met waarheid geopenbaard; aanbid daarom Allah, oprecht zijnde jegens Hem in onderwerping.
39.3. Ziet, aan Allah alleen komt oprechte gehoorzaamheid toe. En degenen, die naast Hem anderen als beschermers nemen, zeggende: "Wij aanbidden dezen slechts opdat zij ons in Allah's nabijheid brengen." Voorzeker, Allah zal onder hen uitspraak doen betreffende datgene waarin zij verschillen. Voorwaar, Allah leidt een ondankbare leugenaar niet.

De Koran staat vol van dergelijke vermengingen van persoonsvormen. Deze worden door moslims steevast verklaard als een soort dichterlijke vrijheid en een teken van hoogstaand taalgebruik. Nu is er natuurlijk een contradictie tussen dichterlijke vrijheid en duidelijkheid. De Koran eet van beide walletjes naargelang van wat het best uitkomt.

Bovenstaande passage kan nog verklaard worden zoals de manier waarop een vader tegen zijn baby praat: „Ik heb je al verschillende keren gezegd dat je je broertje niet mag slaan. Nu is papa heel boos.“ Dus het gebruik van de Ik-vorm en de derde vorm in één passage.

We aanvaarden dus dat Wij, Hij, Hem en Ik in eenzelfde vers gebruikt worden en dat dit dan op Allah slaat. Maar in bepaalde gevallen blijkt uit de context dat Mohammed aan het woord is. In vers 11.2 spreekt hij duidelijk zelf en degene die de Koran in het Nederlands vertaald heeft bevestigt dit nog eens extra door zijn eigen toevoegingen tussen haakjes (daarom) en (Mohammed) die hij er als verduidelijking bijgeschreven heeft.

Bij „ik ben een waarschuwer“ is Mohammed aan het woord. Want in de Koran worden Profeten steevast als „waarschuwer“ naar voor gebracht. En dit niet een paar keer maar liefst zestig keer. Eén van de rollen van de Profeten is namelijk de mensen te waarschuwen. Daarom stuurt Allah hen. Allah is dus niet zelf de “waarschuwer”.

11.1. Alif Laam Raa. Dit is een Boek, waarvan de verzen onherroepelijk zijn gemaakt en bovendien zijn zij in bijzonderheden uitgelegd, door de Alwijze, de Alwetende.
11.2. (Daarom) aanbidt slechts Allah. Voorzeker, ik (Mohammed) ben voor u een waarschuwer en drager van blijde tijdingen van Hem.
11.3. En vraagt vergiffenis aan uw Heer en wendt u tot Hem, Hij zal u voor een vastgestelde periode van het goede voorzien. En Hij schenkt Zijn genade aan ieder die zich hiervoor verdienstelijk maakt. En als gij u afwendt dan vrees ik, voorzeker, voor u de straf van de grote Dag.

Aangezien vers 11.3 aan vers 11.2 gekoppeld is met “En” nemen we aan dat ook hier Mohammed aan het woord is.

Op vele plaatsen in de Koran staat vóór een vers „zeg“. Dit is dan Allah die aan Mohammed beveelt om iets aan de mensen te zeggen en daarna staat dan hetgeen Mohammed aan de mensen moet vertellen. Bijvoorbeeld in volgend vers:

2.219. Zij vragen u omtrent wijn en kansspel. Zeg hun: "In beide is groot nadeel en ook enig voordeel voor de mensen, maar het nadeel is groter dan het voordeel."

In volgend vers heeft Mohammed zich klaarblijkelijk vergist bij het gebruik van dit soort zinswendingen:

39.53. Zeg: "O mijn dienaren die tegen u zelf buitensporig zijt geweest, wanhoopt niet aan de barmhartigheid van Allah, voorzeker Allah vergeeft alle zonden, waarlijk, Hij is de Vergevensgezinde, de Genadevolle.”

Als achtergrondinformatie is het belangrijk om weten dat moslims enkel dienaar of slaaf zijn van Allah en zeker niet van Mohammed. Allah geeft hier aan Mohammed opdracht om aan de mensen te zeggen: “O mijn dienaren” maar dit kan niet kloppen. Het had moeten zijn:

39.53. Zeg: “O dienaren van Allah, ...”

ofwel

39.53.  O mijn dienaren ...

Dit kan niet meer als dichterlijke vrijheid beschouwd worden met vermenging van Ik- en Hij-vormen maar dit is gewoon een van de fouten uit de Koran.

In volgend vers vraagt Allah aan zichzelf om de Joden en de Christenen te vervloeken.

9.30. En de Joden zeggen: "Ezra is de zoon van Allah" en de Christenen zeggen: "De Messias is de zoon van Allah." Dit is, hetgeen zij met hun mond zeggen. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig waren; Allah's vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd!

Dit is absurd natuurlijk. Allah stuurt een boodschap aan de mensen en daarin wenst hij dat zijn eigen vloek over Joden en Christenen moge komen. Weerom is het duidelijk Mohammed en niet Allah die aan het woord is.

Hieronder kan je lezen hoe 3 leidinggevende engelse vertalingen vermelde passage, die duidelijk van Mohammed komt, vertalen.

9.30
YUSUFALI: Allah's curse be on them
PICKTHAL: Allah (Himself) fighteth against them
SHAKIR: may Allah destroy them

Maar vers 9.30 is niet het enige vers waarin Allah aan de mensen opdracht geeft om Allah te vragen om ongelovigen te vervloeken:

63.4 En wanneer gij hen ziet, behaagt hun uiterlijk u en indien zij spreken luistert gij naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom voor hen in acht. Allah's vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend (van de Waarheid)!

3.61. Zou men nu met u over hem (Jezus) redetwisten, nadat de kennis tot u gekomen is, zeg dan: "Kom, laat ons onze kinderen en uw kinderen en onze vrouwen en uw vrouwen en ons volk en uw volk roepen; laat ons daarna vurig bidden en de vloek van Allah roepen over degenen, die liegen."

In de openingssoera (Al-Fatiha), het eerste hoofdstuk van de Koran, is duidelijk niet Allah maar Mohammed aan het woord: „U aanbidden wij en U smeken wij om hulp“ zegt natuurlijk Mohammed en niet Allah:

1.1. In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
1.2. Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
1.3. De Barmhartige, de Genadevolle.
1.4. Meester van de Dag des Oordeels.
1.5. U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp.
1.6. Leid ons op het rechte pad,
1.7. Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken – niet dat van hen, op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.

Is de hele Koran dan het letterlijke woord van Allah? Volgens moslims wel. Wanneer we logisch nadenken is de Koran klaarblijkelijk op bepaalde plaatsen het woord van Mohammed of van iemand anders! Dit werpt dan ook twijfels over de rest van de Koran.



STUDIE VAN DE ISLAM

Heeft Mohammed de Koran geschreven?