wp69f99646.png

BEWEGING EX-MOSLIMS VAN BELGIË - MOUVEMENT DES EX-MUSULMANS DE BELGIQUE

wp1f64627c.png
wpe9143178.png
wp3a066fc9.png
wp1e2da4b2.png
wp1099933a.png
wpa0baa23e.gif

STUDIE VAN DE ISLAM

Jihad volgens Linda Bogaert: hoofdtekst deel 1
wp3c3ecda1.png
Linda Bogaert schrijft:
Inleiding
1. Betekenis van het woord 'jihad'
2. Soorten jihad
a. Jihad an-Nafas: de strijd tegen het verwaande zelf
b. Jihad ash-Shaytan: verzet tegen Satan
c. Jihad ahlu ath-Thulm: inzet voor sociale rechtvaardigheid en tegen onrecht
d. Jihad al-Kuffar: indijken van ongeloof door verspreiding van kennis van geloof
e. Jihad al-Bid'ah: zuiver houden van het geloof door afwijzen van afwijkende innovaties
f. Jihad al-Munafiqeen: doorprikken van hypocrisie
g. Jihad al-Asghar: gewapende strijd tegen aanval en bezetting - een 'heilige' oorlog?
3. Middelen om jihad te beoefenen
4. Beloning voor de Mujahid: hoop op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs
Epiloog
Onze commentaar:


Vanaf de inleiding wordt al de indruk gewekt dat Jihad een ingewikkeld en veelzijdig begrip is, hetgeen dus aanleiding geeft tot de nodige “misverstanden”.

De bedoeling is natuurlijk om de aandacht af te leiden van hetgeen men doorgaans onder het begrip Jihad verstaat, namelijk geweld om de Islam te verdedigen of te verspreiden. Zoals ook de islamitische geleerden dat blijken te verstaan, hetgeen we uitleggen op onze webpagina “Jihad volgens de Shafii school”.

De methode die Linda hier gebruikt om een rookgordijn op te trekken is het schrijven van ellenlange teksten met waarheden en halve waarheden die maar weinig met het onderwerp te maken hebben. Andere manieren om een rookgordijn op te trekken hebben we hier opgelijst.
Linda Bogaert schrijft:
Inleiding
Geen concept uit de Islam is zo misbegrepen als 'jihâd'. Het woord roept in het Westen schrikbeelden op van barbaars geweld en voedt een afwijzende houding tegenover de Islam. In deze tekst wordt de term jihad uitgelegd aan de hand van de Koran en de Sunnah. Daaruit zal blijken dat er verschillende vormen van Jihad bestaan, en dat Jihad beoefend kan worden met verschillende middelen. Er zal ook blijken hoe ver dat schrikbeeld verwijderd is van de werkelijkheid.
Onze commentaar:

Dit is de standaard inleiding van Linda Bogaert: “weerom een misbegrepen concept”.  De Islam is blijkbaar een heel verwarrende godsdienst vol “misbegrepen“ concepten. En vooral in het “Westen” begrijpt men alles fout. Wat zouden moslims in het “Oosten” dan onder het begrip Jihad verstaan?

Een schrikbeeld dat dicht bij de “werkelijkheid” staat is de herinnering aan de aanslagen van 11 September alsook de dagelijkse zelfmoordaanslagen in naam van Allah in Irak, Afghanistan, Pakistan, India, ... met meestal moslims als slachtoffer. Deze “acties” roepen inderdaad telkens weer opnieuw de “schrikbeelden van barbaars geweld” op.

In elk geval waren de terroristische aanslagen in New York, hetgeen Osama Bin Laden zelf onder Jihad verstaat. En namelijk een Jihad die een individuele verplichting is voor elke moslim wanneer vijandelijke legers moslimlanden bezetten, in dit geval Palestina door Israel met de steun van de VS, en Saoedi-Arabië dat door Amerikaanse troepen “bezet” was naar aanleiding van de invasie van Koeweit door Saddam Hoessein.
Waarschijnlijk volgt Osama Bin Laden de Shafi’i school die in haar wetboek “Reliance of the Traveller” op p 601 het volgende schrijft:
o9.3 Jihad is ook (O: persoonlijk) verplicht voor iedereen (O: bekwaam om het uit te voeren, man of vrouw, oud of jong) als de vijand de moslims omsingeld hebben (O: aan elke zijde ons territorium zijn binnengedrongen, zelfs als het land bestaat uit ruines, wildernis of bergen.  Niet-moslims die een moslim land binnendringen is een belangrijke zaak die niet genegeerd mag worden, maar beantwoord moet worden met inspanning en strijd om hen af te weren met alle mogelijke middelen.  
Nu reageren moslims heel verschillend op dergelijke Jihad-acties die met “barbaars geweld” gepaard gaan:
- Een groep keurt de aanslagen gewoonweg goed. In Pakistan steunt meer dan de helft van de bevolking Bin Laden. Zij zien de aanslagen als een actie van zelfverdediging. Wij worden aangevallen, dus wij slaan terug. Logisch toch!
- Een andere groep “begrijpt” de beweegredenen van Bin Laden, namelijk de slechte behandeling die moslims wereldwijd ondergaan door toedoen van de VS. Deze groep heeft geen enkel probleem om de moord op 3000 onschuldige mensen in het WTC gelijk te stellen met de slechte behandeling van terroristen die in Guantanamo vastzitten.
- Een laatste groep doet alle moeite om Westerlingen ervan te overtuigen dat deze mensen niet de “echte Islam” volgen, maar doet geen enkele moeite om de terroristen of terroristen in spe hiervan te overtuigen.
Op de jaarlijkse herdenkingen van 11 September zijn er geen wereldwijde demonstraties van moslims, die protesteren tegen het “kapen” of “fout interpreteren” van hun godsdienst door de moslimterroristen.

Niet echt iets om het “Westen” gerust te stellen. Dit is de echte oorzaak van wat Linda Bogaert “de afwijzende houding tegenover de Islam” noemt. Moslims voeren barbaars geweld uit en noemen dit Jihad. Mensen in het Westen noteren dit, stellen dit in vraag en dan worden zij schuldig bevonden aan het voeden van het negatieve beeld dat men over de Islam heeft.

Natuurlijk kan Mohammed niet verantwoordelijk gesteld worden voor de daden van Bin Laden in de 21e eeuw.

Mohammed kan wel verantwoordelijk gesteld voor worden voor dit. En echte moslims voor het volgen van zijn voorbeeld.
Linda Bogaert schrijft:
1. Betekenis van 'Jihad'
Het woord 'jihad' is gebouwd rond de wortel {j-h-d} en betekent: zich veel moeite doen, zich inspannen, hard werken, om een doel te bereiken. Om het woord verder te situeren, is het nuttig een aantal andere woorden te bekijken die afgeleid zijn van dezelfde wortel:
jahada jahdahû: zijn uiterste best doen, elke denkbare inspanning doen, alles doen wat in zijn mogelijkheden ligt
majhûd: inspanning, werk waarvoor men zich uitslooft; mujtahid: ijverig, naarstig
Onze commentaar:

Niettegenstaande Jihad verwant is met het woord jahada dat “zich inspannen” betekent, heeft het gebruik van het woord Jihad in de Islamitische terminologie een specifieke betekenis gekregen, vooral door de Hadith.

In de Koran komt het woord Jihad vier keer voor. Daarnaast gaan honderden Hadith over Jihad en op een paar na gaan die alle over oorlog.

Voor de 4 koranpassages waarin het woord Jihad voorkomt, geven we de links naar de uitleg van de leidinggevende koran-commentator Maududi.

9.24. is geopenbaard in een context van oorlog (zie commentaar van Maududi). De moslims worden vermaand om zich niet te hechten aan familie en bezittingen indien dit hen tegenhoudt om te vechten voor de zaak van Allah.
Zeg: "Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan Allah en Zijn boodschapper en het streven [jihad] voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet.

22.78. is geopenbaard toen de moslims van Mekka naar Medina waren “geëmigreerd” en zij toegelaten of aange-moedigd werden om te vechten en zich op de mensen van Mekka te wreken (zie commentaar Maududi).
En strijdt voor de zaak van Allah zoals er voor behoort te worden gestreden [jihad]. Hij heeft u verkozen en heeft u in de godsdienst geen lasten opgelegd – dit is het geloof van uw vader Abraham. Hij heeft u Moslims genoemd voorheen en in dit Boek, opdat Onze boodschapper getuige over u zij, en dat gij getuige moogt zijn over de mensheid. Onderhoudt het gebed, betaalt de Zakaat en houdt u aan Allah vast. Hij is uw Beschermer. Een uitmuntend Meester en een uitnemend Helper.

25.52. Hierin geeft Allah opdracht aan Mohammed om met de Koran (“de waarheid”) te strijden tegen de ongelovigen van Mekka die zijn profeetschap niet erkenden, dus strijd tegen ongeloof met woorden. In de praktijk kwam dit nogal eens neer op het beledigen door Mohammed (toen hij nog in Mekka woonde) van de godsdienst van alle anders-gelovigen. (zie commentaar Maududi). De Koran staat vol beledigingen en bedreigingen aan het adres van anders-gelovigen.
Dus volg de ongelovigen niet, en voer met (de Koran) een grote strijd [jihad] tegen hen.

60.1. is geopenbaard naar aanleiding van de verovering van Mekka door Mohammed dus ook een context van oorlog (zie commentaar van Maududi).
O gij die gelooft, neemt Mijn vijanden en uw vijanden niet tot vrienden! Biedt gij hun vriendschap aan, hoewel zij de Waarheid die tot u is gekomen hebben verworpen en de boodschapper en uzelf verdrijven, omdat gij in Allah uw Heer gelooft? Indien gij optreedt om voor Mijn zaak te strijden [jihad] en Mijn welbehagen te zoeken, zoudt gij hun dan in het geheim vriendschap betuigen? En Ik weet het beste wat gij verbergt en wat gij openbaar maakt. En wie van u zo handelt, is zeker van de rechte weg afgedwaald.

Linda Bogaert verbreedt het begrip door overal waar Jahada vermeld wordt over Jihad te praten en het eigenlijk gebruik van het begrip Jihad, in de militaire zin, te laten verwateren.
De Koran gebruikt het woord jihad niet enkel voor muslims.
Linda geeft hier de indruk alsof Jihad in de Koran heel duidelijk uitgelegd is. Dit is niet het geval.
Ook niet-muslims kunnen jihad beoefenen. Dit blijkt uit een vers dat omschrijft hoe ouders zich inspannen (jihad beoefenen) om hun kinderen terug te halen naar hun eigen godsdienst nadat de kinderen zich bekeerd hadden tot de Islam: "En Wij hebben de mens opgedragen goed voor zijn ouders te zijn. Als zij er echter bij jou naar streven [{jahadaka}] aan Mij metgezellen toe te voegen waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet." (Koran, 29:8)
Linda wil ook niet-moslims met de Jihad opzadelen. En dan nog wel in de betekenis van “mensen van de Islam wegbrengen”. Hier levert Linda het bewijs dat het woord jahada, streven in het algemeen betekent en niet noodzakelijk iets religieus of (positief) spiritueel betekent.

Volgens Linda doen niet-moslims aan Jihad om hun kinderen van de Islam af te halen en moslims doen Jihad om dan tegen deze niet-moslims te vechten.

Wat hiervan het bedoeling is, blijft een vraagteken. Dit is een puur academisch woordenspel dat niets met de realiteit te maken heeft.

Wij moeten nog de eerste moslim tegenkomen die jihad aan wat voor actie dan ook van niet-moslims koppelt. Jihad is een zuiver islamitisch begrip. Of zou Linda Bogaert ook beweren dat moslims een kruistocht tegen analfabetisme voeren. De kruistochten van vroeger waren militair van aard en hadden tot doel de heilige plaatsen van het Christendom te heroveren op de moslims die er kort na de dood van Mohammed binnengevallen waren. Sindsdien heeft een kruistocht echter enkel een spirituele betekenis en enkel voor Christenen.
Linda Bogaert schrijft:
2. Soorten Jihad
a. Jihad an-Nafs: de strijd tegen het verwaande zelf
Onze commentaar:
Het begrip Jihad an-Nafs (of jahada samen met het woord nafs = zichzelf) staat in geen enkel koranvers en ook niet in de zes betrouwbaarste Hadith-verzamelingen. Het is een verzonnen begrip.
Vooreerst is er een persoonlijke, psychologische en morele jihad met als doel een beter mens te worden. Het woord 'islam' komt van de wortel {s-l-m} en betekent: zich onder-werpen (aan God). Een mu-{s-l-m} of muslim is een persoon die zich onderwerpt aan God. Profeet Mohammed verwees herhaaldelijk naar deze uitdrukking van geloof:
"Een Mujahid (hij die jihad beoefent) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God te gehoorzamen" (Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)
Vooreerst komt het vermelde citaat niet voor in de 6 grote hadith-verzamelingen die als authentiek (sahih) beschouwd worden. Het is dus al bedenkelijk om er een uitleg over een Islamitisch begrip aan op te hangen.

Ten tweede zou het interessant zijn om de hele hadith te zien te krijgen om te weten wat het in dit concreet geval betekent om “God te gehoorzamen”. Zou dit betekenen om te vechten tot de godsdienst alleen voor Allah is zoals aangegeven in volgende 2 verzen?

2.193. En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah wordt. Maar indien zij (met strijden) ophouden, dan is er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onrechtvaardigen.

8.39. En bestrijdt hen totdat er geen vervolging is en de godsdienst geheel voor Allah wordt. Maar als zij ophouden dan ziet Allah voorzeker hetgeen zij doen.
In spirituele zin, heeft het lagere zelf voortdurend de neiging zich te meten met God. Het is God die bepaalt wat goed en slecht is, maar het lagere zelf probeert zich daaraan te onttrekken en zelf te definiëren wat kan en niet kan. Daardoor plaatst het zichzelf op gelijke hoogte met God. In de Islam, is de grootst mogelijke zonde - en de enige die God niet zal vergeven - het associëren van partners met God. Dat is immers een inbreuk op het meest centrale geloofspunt van de Islam, met name dat er geen god is dan God. De grootste bedreiging voor het geloof bestaat niet in het aanbidden van afgoden, maar in het verafgoden van zichzelf. Het spirituele pad naar God bestaat er bijgevolg in dat te voorkomen:

Anu Tharr meldde dat de Boodschapper zei: "De beste jihad die men kan doen is jihad tegen het eigen zelf en tegen de eigen verlangens." (Abu Nu'aim)
Hier begeeft Linda zich echt wel op glad ijs. “Allah bepaalt wat goed en slecht is”. En wat Allah goedvindt staat in de Koran. Bovendien heeft Allah ook een perfecte mens gestuurd om nog verder uit te werken wat goed en slecht is. Deze heette Mohammed.

En noch Mohammed, noch Allah zagen er een probleem in toen Mohammed met een zesjarig meisje huwde en het huwelijk consumeerde toen zij negen was en hij boven de vijftig. Allah vond dit in die tijd goed en heeft Mohammed daarvoor niet terechtgewezen. In de 21e eeuw keuren geleerden dit nog altijd goed omdat de Islam tijdloos is en niet de mens maar Allah en zijn Boodschappers bepalen wat kan en niet kan. Moeten moslims volgens Linda dan een spirituele Jihad voeren tegen hun “eigen zelf” om huwelijken met heel jonge meisjes goed te keuren?

Linda stelt: “Het is God die bepaalt wat goed en slecht is”. Zij geeft paus Benedictus XVI dus gelijk toen hij in Regensburg stelde dat de Islam niet gebaseerd is op de rede. Moslims waren toen woedend. Neen, niet omdat dit fout is, maar omdat deze uitspraak hun geloof in een slecht daglicht stelde.  

Hier zegt Linda juist hetzelfde als de paus. Aangezien zij zegt dat dit goed is, hoeft zij geen negatieve reacties te vrezen, gewoon omdat dit juist is. Wie zegt dat dit slecht is begaat blasfemie en zet aan tot haat tegen moslims. Dit is symptomatisch voor vele discussies over de Islam. Een niet-moslim in Belgie die bvb. stelt dat steniging een barbaarse straf is, kan via het Centrum voor Gelijke Kansen en Racisme-bestrijding juridische actie verwachten.

Het moet je maar overkomen dat je iets zegt waarmee ALLE islamitische geleerden het eens zijn en je wordt aangeklaagd voor haatzaaien tegen moslims. Een moslim die steniging als rechtvaardige straf voorstelt, of een islamitische boekhandelaar die boeken verspreidt waarin hetzelfde staat gaat vrijuit.  

ALLE islamitische boekhandels die hadith verzamelingen of shariah wetboeken verkopen, hebben zo’n boeken in huis en gaan gewoon hun gang.

Dat de gehoorzaamheid aan Allah, maar ook aan Mohammed als profeet, absoluut zijn, wordt het best geïllustreerd in volgend koranvers:

33.36. En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou zijn in die zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, is zeker klaarblijkelijk afgedwaald.

Daarnaast zijn er in de Koran nog tientallen verzen die oproepen om Allah EN zijn Boodschapper te gehoorzamen.

Wat vindt Allah volgens de Koran goed en de mens niet?  En op welk vlak moet de moslim dus “tegen het eigen zelf en zijn verlangens vechten”?

2.216. Vechten is u geboden ofschoon gij er afkerig van zijt; maar het kan zijn, dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is en het kan zijn, dat u iets behaagt terwijl het slecht voor u is. Allah weet het en gij weet het niet.

Inderdaad, vechten vindt Allah goed, ook al probeert de mens dit te vermijden. Van een godsdienst van de vrede zou je eerder verwachten dat vechten zoveel mogelijk moet vermeden worden.

Misschien bedoelt de door Linda vermelde hadith dit inderdaad ook, namelijk dat men tegen zijn verlangens en dus het gemakkelijke leven moet ingaan om op het pad van Allah te gaan vechten. Het zou dus inderdaad interessant zijn om de volledige hadith te zien te krijgen. Indien iemand die heeft, gelieve hem ons te sturen aub.

Het discours van Linda is dan ook het discours van moslims die doorgaans als extremisten of fundamentalisten gebrandmerkt worden: “We moeten ons aan de wetten van Allah houden en de wetten van Allah staan boven de democratisch gestemde Belgische wetten.”

Allah zegt dat we ons moeten inzetten voor zijn zaak, namelijk dat de godsdienst alleen voor Allah is, wat er op neerkomt dat Allah gehoorzaamd wordt en dat zijn wet (de shariah) overal gevolgd wordt.

Zijn deze mensen dan extremisten of moslims die gewoon de Islam toepassen op een manier waar ook Linda het mee eens is of hebben wij iets fout begrepen?
Deze vorm van jihad is een nooit aflatende strijd tegen verwaandheid en eigendunk die vaak zo kortbij ligt. Wanneer men een muslim voor iets proficiat wenst, zal hij antwoorden: "alle lof komt God toe". Op die manier wil hij ijdelheid voorkomen en erkent hij de almacht van God in alles. Jihad an-Nafs is een strijd tegen elitisme, racisme en ego-centrisme. Het is een dagelijkse inspanning om zichzelf te proberen verbeteren, zichzelf te beheersen, zich van het kwade te distantiëren, en aan de eigen persoonlijkheid te sleutelen om zo de Koranische waarden van geduld, tolerantie, rechtvaardigheid, respect voor ouderlingen, zorgzaamheid tegenover dieren, enz. te belichamen. Deze Jihad wordt als erg belangrijk aanzien
En dan begint Linda te freewheelen. Zij koppelt jihad dan aan het vechten tegen verwaandheid, eigendunk, elitisme, racisme, aan het zich beheersen, ...

Zich verzetten tegen deze kwade eigenschappen, hoewel onderdeel van de Islam, worden nergens in de Koran of de Hadith gekoppeld aan het begrip Jihad.

Sommige hadith omschrijven het zelfs als de beste vorm van Jihad.
Ibn Umar rapporteerde dat de Profeet zei: "Jihad tegen iemands zelf voor de zaak van God is de beste Jihad" (at-Tabaraani)
Volgen dan een aantal Hadith die niet tot de 6 grote hadith verzamelingen behoren, waarvan de betrouwbaarheid volgens de geleerden dus twijfelachtig is.

Muslim heeft 180 Hadith over jihad en militaire expedities in één hoofdstuk samengebracht, een duidelijke aanwijzing dat hij deze als nauw verwant beschouwde. Bukhari heeft 282 Hadith over jihad (fighting for the cause of Allah) verzameld en 467 over de militaire expedities van Mohammed in aparte hoofdstukken.

Bukhari en Muslim gelden als meest betrouwbare hadithverzamelaars en hebben slechts één overlevering als authentiek beschouwd die jihad niet met militaire actie in verband brengt, namelijk een Hadith die zegt dat de beste Jihad voor vrouwen een perfecte hajj of pelgrimstocht naar Mekka is.

Dit zou tot nadenken moeten stemmen.
De Boodschapper zei (gedurende zijn afscheidshajj): "Zal ik jullie inlichten wie de Mu'min (ware gelovige) is? Het is hij bij wie mensen veilig zijn met betrekking tot hun vermogen en hun eigen zelf. De (echte) Muslim is hij bij wie mensen veilig zijn tegen (kwetsures door) zijn tong en hand. De (ware) Mujahid is hij die jihad an-Nafs uitvoert in gehoorzaamheid aan God. En de (ware) Muhajir (migrant voor de zaak van God) is hij die fout en zonde opgeeft." (Ahmad, al-Haakim en at-Tabaraani)
Het wordt nog erger als de speech van Mohammed tijdens zijn afscheidsbedevaart naar Mekka erbij gehaald wordt en wel volgende passage: “Zal ik jullie inlichten wie de Mu'min (ware gelovige) is? Het is hij bij wie mensen veilig zijn met betrekking tot hun vermogen en hun eigen zelf.

Volgens deze uitspraak is Mohammed zelf geen ware gelovige. Hij zei namelijk het volgende in een Hadith die wel betrouwbaar is in tegenstelling tot deze die Linda vermeldt. De overlevering van  Muslim, boek 1, nummer 31 zegt namelijk:
“Ik heb opdracht gekregen om te vechten tegen de mensen tot zij zeggen dat er geen god is buiten Allah, en geloven in mij (dat) ik de Bood-schapper ben en in alles wat ik gebracht heb. En wanneer zij dit doen, dan zijn hun bloed en bezittingen veilig voor mij.”

Waarschijnlijk bedoelde Mohammed in de door Linda geciteerde hadith “moslims” als hij “mensen” zegt en bedoelde hij niet-moslims die moeten bestreden worden in de door ons vermelde Hadith.

Weerom een illustratie hoe Mohammed de mensheid in 2 categorieën verdeeld heeft en moslims oproept om goed te zijn voor elkaar en tegen alle niet-moslims te vechten, het drama dat de Islam aan de mensheid gebracht heeft.
Voor diegenen die zulke jihad beoefenen, stelt de Koran het Paradijs in het vooruitzicht:
"Maar dan zal voor wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran 79:40-41)
Ook in het huidig leven kan men de vruchten plukken van deze jihad tegen egoïsme en hebzucht:
"(...) En wie voor de eigen hebzucht behoed worden, zij zijn het die het welgaat." (Koran 59:9)
Linda Bogaert schrijft:
b. Jihad ash-Shaytan: verzet tegen Satan
Onze commentaar:
Zoals elders op de site aangegeven, is een “islamitische” techniek om iets te bewijzen dat niet bestaat, het vertellen van heel lange verhaaltjes die op zich juist zijn maar hoe dan ook niets met de zaak te maken hebben.
De relatie tussen de mens en Satan, gaat terug naar het allerprilste begin. De Koran vertelt hoe God op een gegeven moment alle Engelen (geschapen uit licht) en Jinns (geschapen uit rookloos vuur) samenriep om getuige te zijn van de ondervraging van Adam (geschapen uit klei) die intussen de naam van alle Engelen geleerd had. Toen Adam alle vragen correct beantwoord had, beval God de aanwezigen een buiging te maken uit respect voor hem. Eén van de aanwezigen, een hooghartige Jinn, weigerde dit goddelijk bevel op te volgen. Hij vond dat hij omdat hij geschapen was uit vuur, superieur was aan een mens die 'slechts' uit klei geschapen was. Als straf werd deze Jinn (Satan, Shaytan of 'Iblis' genaamd) naar de hel verbannen. God stond evenwel zijn verzoek toe om deze verbanning uit te stellen tot op de dag van het Laatste Oordeel. In afwachting daarvan, beloofde Satan er alles aan te doen om de mensen van het pad van God te doen afdwalen en dus tot Satans bondgenoten te maken. Behalve bij de vrome gelovigen, zal Satan daar volgens de Koran ook in slagen:

"Hij [Satan] zei: "Mijn Heer, omdat U mij liet dwalen zal ik voor hen op de aarde [alles] schone schijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden, behalve Uw dienaren onder hen, die toegewijd zijn." (Koran 15:39-40)

Satan is de vijand van de mens:

"... Satan is namelijk een verklaarde vijand van de mens." (Koran 12:5)

Zijn doel bestaat erin mensen tot zijn volgelingen te maken, zodat hen na de dood de toegang tot het Paradijs ontzegd wordt en zij in de hel terecht zullen komen.

"De satan is voor jullie een vijand. Behandel hem dus als een vijand. Hij roept zijn volgelingen slechts op opdat zij in de vuurgloed zullen thuishoren." (Koran 35:6)

De Koran schrijft voor dat men Satan niet mag volgen:

"Jullie die geloven! Volgt de voetstappen van de satan niet. En als iemand de voetstappen van de satan volgt...; hij legt jullie het gruwelijke en het verwerpelijke op.... " (Koran 24:21)

Bescherming tegen Satan, vindt men enkel bij God:

"En zeg: "Mijn Heer, ik zoek bescherming bij U tegen de ophitsingen van de satans." (Koran 23:97)

Alles wat gehoorzaamheid en onderwerping aan God in de weg staat, staat eigenlijk ten dienste van Satan. Dat kan de eigen verwaandheid zijn, een externe verleiding tot zonde of twijfel in het geloof. Ook ongewenst gedrag wordt in verband gebracht met Satan. Zo zijn in de Islam zelfbeheersing en geduld van doorslaggevend belang. Boosheid - het verlies van zelfbeheersing - wordt aanzien als 'des duivels':

"De besten onder jullie zijn diegenen die traag zijn in boosheid en snel in het afkoelen... Hoed u voor boosheid, want het is een levend (brandend) stuk kool op het hart van de afstammelingen van Adam" (Al-Tirmidhi)

"Diegene die anderen kan overmeesteren in het worstelen is niet echt een sterk man. Echte kracht is in de persoon die zichzelf kan beheersen ten tijde van boosheid." (Bukhari)
Het voorbeeld van Jihad ash-Shaytan is sprekend. Hier wordt wel een mooie uitleg van het begrip Satan gegeven, maar bij geen enkel citaat uit de Koran of Hadith komt het woord Jihad voor.  Linda heeft zelfs geen zwakke Hadith kunnen vinden die dit begrip ondersteunt. En zelfs het woord jahada of streven komt helemaal nergens voor, noch in de vermelde koranverzen, noch in de vermelde Hadith. Linda had evengoed een artikel kunnen schrijven over de wereldwijde financiële crisis in September 2008 en dan zeggen dat jihad ook het oplossen van deze crisis betekent: de financiële jihad.

Vraag is waar Linda het begrip Jihad ash-shaytan gehaald heeft?

Deze paragraaf is dan ook een mistgordijn om de aandacht af te leiden van het feit dat jihad vooral een militaire strijd betekent.
Vermits boosheid van Satan komt, is het onder controle houden ervan, een vorm van 'jihad ash-Shaytan'. Het is tegelijk een manier om de eigen persoonlijkheid te boetseren om de Koranische waarden uit te drukken.
Hier wordt al meteen duidelijk hoe verschillende vormen van jihad innig met elkaar verweven zijn en tegelijk beoefend moeten worden.
Hier komt dan out of the blue voor de eerste keer het begrip Jihad-ash-Shaytan voor, “het onder controle houden van boosheid” nog wel, en wordt zelfs de “conclusie” getrokken dat de verschillende vormen van Jihad verweven zijn.
Linda Bogaert schrijft:
c. Jihad ahlu ath-Thulm: inzet voor sociale rechtvaardigheid en tegen onrecht
Onze commentaar:
Weerom een moeilijk woord “ahlu ath-thulm”. Wij zijn benieuwd waar dit woord vandaan komt. Koran, Hadith, geen idee!
In letterlijke zin, gaat het hier om verzet tegen onrechtvaardige mensen. Hieronder valt elke inspanning tegen sociaal onrecht en ten voordele van een rechtvaardige maatschappij. Het doen van goede werken om onrecht te lenigen, zowel als sociaal of politiek engagement om onrecht bij de wortel aan te pakken en in de toekomst te voorkomen, behoren tot deze vorm van jihad.
Nu is het interessant om weten dat in islamitische termen onrechtvaardige mensen, in eerste instantie deze zijn die andere goden dan Allah aanbidden en Mohammed niet als Profeet erkennen. Men zegt dan: “de Islam is tegen onrecht” en bedoelt “de Islam wil alle andere godsdiensten afschaffen”.

Volgend vers illustreert dit verband tussen onrechtvaardigen en “niet geloven”:

29.68. En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen verzint over Allah, of de Waarheid verloochent wanneer zij tot hem komt? Is er geen woning in de hel voor de ongelovigen?

De grootste onrechtvaardigheid is volgens dit vers dus “niet geloven”. Er zijn nog tientallen andere verzen die onrechtvaardigheid aan ongeloof verbinden. En om dit te bestrijden is er de militaire jihad.
De Koran stelt mensen die goed en rechtschapen handelen, een goede toekomst in het vooruitzicht:

"En hen die zich voor Ons inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] zullen Wij op Onze wegen leiden. God is met hen die goed doen." (Koran 29:69)
Ook hier heeft Linda een heel bijzondere uitleg. Terwijl het vermelde koranvers praat over mensen die zich inzetten om de Islam te verspreiden (in de periode van Mekka) door andere mensen te overtuigen of door geld te geven aan arme mensen die moslim geworden waren, verbindt Linda dit aan mensen die goed en rechtschapen zijn. Zij vermeldt er niet bij dat Mohammed een enorme sociale onrust veroorzaakte in Mekka door de religie van de polytheïsten aan te vallen en hun geloof en voorvaderen te beledigen.
Dit vers werd geopenbaard tijdens de Mekkaanse periode, een periode waarin van fysieke, gewapende strijd geen sprake was. Dit onderlijnt dat er tal van vormen van jihad bestaan, en dat het in de meeste gevallen om geweldloze, vreedzame inspanningen gaat om zichzelf en de samenleving te verbeteren.
Er was in die tijd inderdaad geen sprake van gewapende strijd omdat Mohammed en zijn volgelingen daar niet toe in staat waren. Dit was geen bewuste keuze.

Nadat Mohammed naar Medina verhuisd was, en daar de macht naar zich toe getrokken had, is hij begonnen de karavanen van de mensen van Mekka aan te vallen. Dit waren overvallen op niets vermoedende kooplieden. Deze overvallen zijn dan uitgegroeid tot grootschalige oorlogen, de ene na de andere tot aan zijn dood.

Deze aanpak kent ook navolging bij moslims in de 21e eeuw. Zoals de piraten in Somalië.

Op plaatsen waar moslims zwak zijn, beperken ze zich tot het “opkomen” voor hun geloof en het aantrekken van niet-moslims tot de “waarheid” door verzen uit de periode van Mekka te citeren. Jihad wordt dan uitgelegd als een spirituele strijd.

Waar moslims zich sterk genoeg voelen in een bepaald gebied van een niet-islamitisch land, is er oorlog, op kleine of op grote schaal.

Op kleine schaal in Parijs, Brussel, Antwerpen, ... waarbij wraak genomen wordt op niet-moslims voor vermeende discriminatie of onrecht tegen moslims.

Op grote schaal zoals in het zuiden van Thailand, de Filippijnen, het Westen van China, ... waarbij gewapende groepen terreur zaaien met machine-geweren en bomaanslagen.
De Profeet Mohammed adviseerde dat de manier bij uitstek om politiek onrecht aan te pakken, bestond uit een jihad door middel van de waarheid. Dit politiek verzet, situeert zich dus in de taal, in dialoog.  
En de “waarheid” is de Islam met één God Allah en Mohammed als Profeet. Het politiek verzet van Mohammed waarvan sprake in Mekka was eigenlijk geen politiek verzet tegen de manier waarop de maatschappij werd georganiseerd en geleid, hetgeen Linda laat uitschijnen, maar was enkel gericht op het opleggen van de “waarheid” van de Islam aan iedereen door middel van hetgeen Linda “taal” en “dialoog” noemt.

Dat die dialoog ontaardde in scheldpartijen van Mohammed aan het adres van degenen die zijn “waarheid” niet aanvaardden, vertelt Linda er wijselijk niet bij. Ibn Ishaq doet dit in zijn biografie wel op p 130 en 131: “De Apostel ging verder met verkondigen wat Allah hem opgedragen had te verkondigen, niets verbergend, en wekte hun afkeer op door hun godsdienst te minachten, hun idolen te verzaken, en hen in hun ongeloof latend. ... Zij zeiden dat zij nooit iets gekend hadden als de problemen die zij van deze kerel ondervonden; hij had verklaard dat hun manier van leven dom was, hij beledigde hun voorvaderen, minachtte hun godsdienst, verdeelde de gemeenschap en vervloekte hun goden. Wat zij te verduren gekregen hadden, was meer dan zij konden verdragen.

Politiek waren de tegenstanders van Mohammed zelfs bereid hem de macht af te staan op voorwaarde dat hij respect toonde voor hun godsdienst, of hen tenminste op dit gebied met rust liet. Ibn Ishaq schrijft in zijn biografie van Mohammed op p 133 dat de mensen van Mekka hem geld aanboden en zelfs het koningschap. Maar hij wou dit enkel indien zij zich allen tot de Islam bekeerden. Mohammed was niet geïnteresseerd om de politieke organisatie van Mekka te veranderen of ”rechtvaardig” te maken en dan geduldig te wachten tot hij de mensen van de Islam kon overtuigen.
De Heilige Profeet zei: "De grootste jihad is het spreken van het woord van waarheid tegen een tiran." (Mishkat, Book of Rulership and Judgment, hoofdstuk 1, sectie 2)
Weerom heeft Linda geen Hadith uit de grote zes verzamelingen kunnen vinden.
Steeds opnieuw komt het samenspel van verschillende vormen van jihad naar voor. Zo volstaat het niet zichzelf te verbeteren door bijvoorbeeld rechtvaardiger te worden, men moet er ook naar streven de omgeving waarin men leeft te verbeteren, door mee te werken aan een betere, rechtvaardige samenleving. Zich inzetten om onrecht uit de wereld te helpen, is een belangrijke vorm van jihad.
Het onrecht uit de wereld helpen betekent in islamitische termen ervoor zorgen dat de islamitische wet gevolgd wordt omdat zoals Linda hierboven gesteld heeft “Het is God die bepaalt wat goed en slecht is

En dit is net waarom er altijd islamitische terroristen zullen zijn aangezien een maatschappij nooit volledig islamitisch zal zijn. Tenzij misschien in gebieden gecontroleerd door de Taliban. Niettegenstaande het feit dat in landen als Marokko, Algerije, Jordanie,... de shariah voor een groot deel toegepast wordt, blijven er veel aspecten niet-islamitisch. En vindt men er terroristen die de regering omver willen werpen zoals de Belgische Marokkaan Belliraj.

Het feit bvb dat Koningin Rania van Jordanie en Suzanne Mubarak van Egypte geen hoofddoek dragen is voor veel moslims een doorn in het oog en een bewijs van “corruptie” en “onrecht”. En daar moet tegen gestreden worden.
Linda Bogaert schrijft:
d. Jihad al-Kuffar: indijken van ongeloof door verspreiding van kennis van geloof


Dit is wellicht één van de meest misbegrepen vormen van jihad. Het gaat hier immers om een strijd tegen ongeloof en ongelovige daden, maar niet tegen mensen, zoals vaak verkeerdelijk wordt gedacht. Dit zal duidelijk worden uit volgende analyse.
Onze commentaar:
Hier wordt de argeloze lezer werkelijk om de tuin geleid. En wel door de foute vertaling van de term al-kuffar uit het arabisch. We zetten even op een rijtje:

Kafir = ongelovige
Kuffar = ongelovigen, dus het meervoud van kafir
Kufr = ongeloof

Jihad al kuffar betekent strijd tegen ongelovigen en niet tegen ongeloof. Dus wel degelijk tegen mensen. Anders had er Jihad al-Kufr gestaan. Blijkbaar is Linda de enige die deze term “misbegrepen” heeft.

Wij gaan ervan uit dat de artikels van Linda Bogaert nagelezen zijn door mensen van het Centrum voor Islam in Europa die Arabisch kennen of dat Linda Bogaert voldoende Arabisch kent om de termen die zij gebuikt correct te vertalen.

Deze paragraaf is dus een flagrante leugen onder de vleugels van de Universiteit van Gent en door de belastingbetaler gefinancierd.

Wat strijd tegen ongeloof dan moet inhouden, blijft een groot vraagteken. Kan iemand zeggen hoe men het ongeloof van Christenen die zeggen dat Jezus de zoon van God is, dient te bestrijden? Of de drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Artikels schrijven in de krant? Boeken schrijven om te bewijzen dat Jezus een Profeet was en geen goddelijke natuur had? Dat er geen 3 goden zijn maar slechts 1?

Waarom vindt Linda dat het de taak moet zijn van een moslim om “strijd” te voeren tegen mensen die in dingen geloven waarin moslims niet geloven maar die voor de rest niemand schaden? Moet men dan “strijd” voeren tegen de ouders van jonge kinderen die hun kinderen met het Sinterklaas-verhaaltje “bedriegen” vanaf de geboorte tot zij er achter-komen dat de Sint niet bestaat?

Waarom moet het agressieve woord “strijden” gebruikt worden en zegt men niet eerder “proberen te overtuigen”?
De Koran stelt dat er bij de mensen van het Boek (Joden en Christenen) mensen zijn die leven volgens hun geloof - zij hebben volgens de Koran niets te vrezen en zullen naar de hemel gaan:
En de misleiding gaat verder.
"Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. ..." (Koran 3:199)
In het vermelde Koranvers spreekt Allah tegen de moslims. Hij zegt dat onder de Joden en Christenen er mensen zijn die geloven hetgeen naar de moslims (= jullie) is neergezonden, dus de Koran en hetgeen naar hen is neergezonden, dus het Evangelie en de Thora. Samengevat gaat het hier over Christenen of Joden die moslim geworden zijn, anders zouden ze niet geloven in de Koran.

Linda doet uitschijnen dat Joden en Christenen die hun godsdienst behouden ook naar de Hemel gaan, maar dit klopt niet. Volgend vers zegt waarom:

3.85. En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.
Er bevindt zich onder hen echter ook een groep die de voorschriften van de Thora en de Bijbel naast zich neer-leggen. Zij worden als ongelovigen beschouwd.
"Heb jij niet gezien naar hen aan wie een aandeel aan het boek gegeven is, dat zij geloven in afgoden en duivelen en over hen die ongelovig zijn zeggen: "Dezen volgen een betere weg dan zij die geloven". Zij zijn het die God vervloekt heeft en als God iemand vervloekt, dan zul je voor hem geen helper meer vinden." (Koran, 4:51-52)
Hetgeen Linda zegt staat helemaal niet in het gerefereerde vers. Het gaat over Christenen en Joden die in afgoden en duivels geloven en die zeggen dat ongelovigen beter zijn dan gelovigen. Dit zijn dus helemaal geen Joden of Christenen maar polytheïsten.
Net zoals ook muslims die de voorschriften van de Koran naast zich neerleggen, als ongelovigen beschouwd worden:
"En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
Weerom worden we misleid. Het vermelde vers gaat helemaal niet over moslims maar over Joden en Christenen die geen moslims worden. Dit blijkt uit het vers vóór 6.21

6.20. Degenen, wie Wij het Boek gaven, erkennen hem (de Profeet), zoals zij hun kinderen erkennen. Maar zij, die hun ziel hebben tekort gedaan, willen niet geloven.
6.21. En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen tegen Allah uitdenkt of Zijn tekenen verloochent? Voorzeker, de onrechtvaardigen zullen niet slagen.

Degenen die wij het boek gaven zijn de Joden en de Christenen. In vers 6.20 staat een redenering die verschillende keren voorkomt in de Koran en ook door moslims gebruikt wordt: “de boodschap die Mohammed bracht, de Koran dus, was zo duidelijk de absolute waarheid dat Joden en Christenen op basis van hun geschriften Mohammed als Profeet (h)erkenden. Een gedeelte wordt dus moslim en het ander gedeelte zijn leugenaars die niet willen geloven. Dit is natuurlijk absurd. Het is zoals een Jood die zou zeggen dat hij in Jezus de zoon van God herkend en die toch geen christen wordt en het evangelie verwerpt. Wanneer je de Koran verder bestudeert, zal je deze redenering regelmatig tegenkomen en zij is ook in het bewustzijn van de doorsnee moslim ingebakken.
Nu is het zo dat volgens de Koran, enkel God kan oordelen over geloof of ongeloof van de mensen. Het is dan ook enkel God die de ongelovigen kan bestraffen.
En wat dan met volgende Hadith: Bukhari Volume 9 Boek 84, Nummer 57Wie zijn godsdienst verandert, dood hem”? En neen, er staat niet bij dat dit enkel geldt in geval van hoogverraad, zoals zo vaak verkeerdelijk wordt beweerd. De vermelde Hadith gaat er duidelijk van uit dat mensen over ongeloof kunnen oordelen en dit ook moeten bestraffen!

En wat met volgend Koranvers waaronder wij aannemen ook het beledigen van de Islam en Mohammed valt?

5.33. De vergelding dergenen die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts dat zij gedood of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten de ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land worden uitgezet. Dat zal voor hen een schande in deze wereld zijn en in het Hiernamaals zullen zij een grote straf ontvangen.

Is het ook Allah die de mensen dan doodt of kruisigt of hun ledematen aan tegenoverliggende zijden afhakt? Iemand die Mohammed beledigt door cartoons te maken, voert toch oorlog tegen Allah en zorgt toch voor onrust in gebieden waar moslims en niet-moslims naast elkaar wonen.
Volgens het vermelde vers is de “schande” voor nu én het hiernamaals.
Wanneer er bijgevolg in de Koran sprake is van verzen die handelen over strijd tegen 'ongelovigen', gaat het om strijd tegen het ongeloof als abstractie of tegen ongelovig gedrag, maar niet om een strijd tegen mensen.
Weerom krijgen we een misleidende en zelfs foute uitleg. Linda maakt nog maar eens misbruik van het feit dat de lezer geen arabisch kent.

Wanneer in de nederlandse vertaling van de Koran strijden tegen ongelovigen staat, dan staat er doorgaans in het Arabisch ofwel een vervoeging van “jahada”, streven, ofwel een vervoeging van “qatala” wat fysisch vechten betekent.

Bijvoorbeeld in vers
9.73. O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars. En wees streng jegens hen. Hun tehuis is de hel en deze is een boze bestemming.

staat er in het Arabisch voor “strijd” “Qātilū” hetgeen fysiek vechten betekent tegen ongelovigen. Linda moet maar eens komen uitleggen wat fysiek vechten tegen ongeloof zou moeten betekenen.

Cognitieve dissonantie is de enige verklaring voor dit bochtenwerk.

Over het algemeen geldt dat in de periode dat Mohammed nog geen macht had toen hij nog in Mekka woonde, strijden tegen ongeloof via woorden, beledigingen, bedreigingen met de hel ging, dus jahada/streven. In de periode dat Mohammed in Medina woonde, was dit gewoon oorlog, qatala/vechten om te doden.

47.4. Wanneer gij de ongelovigen (in oorlog) ontmoet, treft dan hun nek en wanneer gij overwinnaar zijt, bindt hen dan vast. ...
Fysieke oorlogvoering tegen mensen omdat ze niet tot de Islam behoren, wordt door de Koran immers klaar en duidelijk verboden.
Dan moeten we wel even doen of vers 9.29 niet bestaat:

9.29 Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.

In het Arabisch staat er voor “Bestrijdt” qātilū hetgeen fysiek vechten betekent dus niet één of andere vorm van spirituele strijd waarvan Linda ons probeert te overtuigen.

Het is helemaal niet verboden maar integendeel verplicht om tegen Joden en Christenen (de mensen van het boek) te vechten.

En vers 9.5 is nog problematischer:

9.5 Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.

Polytheïsten moeten zelfs geëlimineerd worden, ... tenzij zij “berouw” hebben én moslim worden.
De Koran stelt expliciet:
"In de godsdienst is er geen dwang." (Koran, 2:256)

Dit vers vormt de hoeksteek van de godsdienstvrijheid die door de Koran aan alle inwoners van een muslimstaat gegarandeerd wordt.
Verzen 9.5 en 9.29 in acht genomen moet het door Linda vermelde koranvers iets anders betekenen.

Vers 2:256 “geen dwang in de godsdienst” is één van de “misbegrepen” verzen uit de Koran die het meest geciteerd worden voor niet-moslim-consumptie. Het vers is zowat een passe-partout om te bewijzen dat de Islam heel tolerant is.

Het dient onder andere om te “bewijzen” dat moslima’s “vrij” zijn om al dan niet een hoofddoek te dragen en om te “bewijzen” dat moslims vrij zijn om een andere godsdienst aan te nemen of atheïst te worden.

Dat er consensus bestaat bij de moslimgeleerden van alle grote scholen van de Islam dat een moslima zich moet “inpakken” (om mannen niet in verleiding te brengen) en dat dit dus niet optioneel is, en dat op het verlaten van de Islam de doodstraf staat, is dan een “bijkomstigheid”. Moslims en moslima’s die op TV komen uitleggen dat er geen dwang is in de Islam, krijgen meestal geen kritische vragen voorgeschoteld die het sprookje van de tolerante Islam zouden kunnen verstoren.

Linda wijst er ons in andere artikels op dat het belangrijk is om naar de context te kijken waarin een vers geopenbaard is. Anders kan men het vers niet juist begrijpen.

Zij doet dit vooral wanneer zij probeert om de gewelddadigheid van heel veel koranverzen te relativeren. In dit geval wijst zij niet op de context en het is duidelijk waarom. De context geeft helemaal niet weer dat iedereen zomaar zijn godsdienst kan kiezen.

De achtergrond van vers 2.256 is terug te vinden in een Hadith van Abu Dawood. Abu Dawood is één van de zes betrouwbare Hadith-verzamelingen, waarvan de meest gerespecteerde Bukhari en Muslim zijn. In Boek 14, Nummer 2676 staat het volgende:

Abdullah ibn Abbas heeft overgeleverd: “Wanneer de kinderen van een vrouw (in de tijd vóór de Islam) niet overleefden, maakte ze een belofte tegenover zichzelf, dat als ze nog een kind kreeg dat wel overleefde, zij het zou bekeren tot het Jodendom [en dus ter adoptie zou geven aan de Joden]. Wanneer de Banu an-Nadir verdreven werden [door Mohammed] (uit Arabië), waren er een aantal kinderen van de Ansar [moslims uit Medina] onder hen. Zij zeiden: Wij zullen niet zonder onze kinderen vertrekken. Dus openbaarde Allah; "Laat er geen dwang zijn in de godsdienst. De waarheid steek boven dwaling uit."

Vers 2.256 wordt (in combinatie met de hierboven geciteerde en later geopenbaarde verzen 9.5 en 9.29) doorgaans geïnterpreteerd als: “men mag Joden en Christenen niet dwingen om moslim te worden”. Je kan deze interpretatie vinden in de leidinggevende Koran-commentaar (de zogenaamde tafsir) van Ibn Kathir op volgende link.

Interessant is het om te zien hoe Mohammed als stichter en grote voorbeeld van de Islam zelf met godsdienstvrijheid omging en of dit een verbetering was van de situatie vóór de Islam. We kijken dus even naar de “bredere context”.

Bij de geboorte van Mohammed was Mekka al een religieus centrum waar de volgelingen van alle godsdiensten uit een gebied dat nu overeenkomt met het Westen van Saoedi-Arabië samen op bedevaart kwamen. Ibn Ishaq schrijft op p 552 van zijn Biografie van Mohammed dat er in de Tempel van Mekka 360 afgodenbeelden stonden, alsook een afbeelding van Jezus en Maria. Er was totale godsdienst-vrijheid en men was ook gewoon om elkaars geloof te respecteren.

Toen Mohammed met zijn “missie” begon, veranderde dit. Ibn Ishaq schrijft op p 130 en 131: “De Apostel ging verder met verkondigen wat Allah hem opgedragen had te verkondigen, niets verbergend, en wekte hun afkeer op door hun godsdienst te minachten, hun idolen te verzaken, en hen in hun ongeloof latend. ... Zij zeiden dat zij nooit iets gekend hadden als de problemen die zij van deze kerel ondervonden; hij had verklaard dat hun manier van leven dom was, hij beledigde hun voorvaderen, minachtte hun godsdienst, verdeelde de gemeenschap en vervloekte hun goden. Wat zij te verduren gekregen hadden, was meer dan zij konden verdragen.

Mohammed verstoorde dus de bestaande orde door de godsdienst van zijn stadsgenoten te beledigen. Toen hij later aan de macht kwam in Medina liet hij mensen die hem of de Islam beledigd hadden doden. Een van de onfortuinlijke slachtoffers was Asma Bint Marwan.

Toen hij later Mekka veroverde vernietigde Mohammed alle afgodenbeelden die in de tempel stonden.

Daarna werden de verzen 9.5 en 9.29 “geopenbaard” die respectievelijk opriepen om de polytheïsten die geen moslim werden te doden en de Joden en Christenen een speciale belasting te doen betalen, de Jizya, en hen als tweederangs-burgers te onderwerpen aan de islamitische wet.

Uit de periode aan het einde van het leven van Mohammed is volgende Hadith gerapporteerd: Muslim, Boek 19, Nummer 4366:

Er is verteld door Umar bin al-Khattib dat hij van de Boodschapper van Allah gehoord heeft: ik zal de Joden en de Christenen uit het Arabisch Schiereiland verdrijven en enkel Moslims overlaten.

Deze Hadith bewijst dat vers 9.5 met de keuze die polytheïsten kregen (tussen zich bekeren tot de Islam of sterven) wel degelijk ernstig genomen werd en ook uitgevoerd is. Anders zou in de Hadith niet staan dat na het verdrijven van Joden en Christenen enkel Moslims zouden overblijven.

En uit volgende Hadith van Bukhari, Volume 4, Boek 53, Nummer 380, blijkt dat Umar aan de “nobele” wens van Mohammed om het gebied (Hijaz = Westen van het huidige Saoedi-Arabië) niet-moslim-rein te maken, voldaan heeft:
De zoon van ‘Umar heeft verteld: “Umar bin Al-Khattab verdreef alle Joden en Christenen van het land van de Hijaz....”

Daarmee was de door Linda geroemde godsdienstvrijheid, “gegarandeerd aan alle inwoners” in de “modelstaat” van Mohammed volledig verdwenen.

Samengevat hebben we volgend plaatje voor niet-moslims:

- de Islam als systeem moet over de hele wereld verspreid worden (2.193 en 8.39)
- Joden en Christenen krijgen 3 opties (9.29): (1) zich bekeren tot de Islam, (2) hun eigen godsdienst belijden; in ruil daarvoor een taks betalen (jizya) waarvan de hoogte afhangt van de lokale heerser; zich ondergeschikt maken aan het islamitisch gezag, dus een tweederangs-status of (3) oorlog
- mensen die een andere godsdienst volgen hebben de keuze tussen moslim worden of oorlog (9.5)
- moslims die de Islam verlaten moeten gedood worden.

Hetgeen hierboven uitgelegd is, heeft de Beweging van Belgische Ex-moslims natuurlijk niet zelf uitgevonden. Op onze webpagina Jihad volgens de Shafii School staat in detail uitgelegd hoe één van de leidende scholen van de Islam over de behandeling van niet-moslims denkt.
Ook andere verzen bevestigen dit principe:
"Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen." (Koran 88:22-23)
De godsdienstvrijheid houdt ook de vrijheid in ongelovig te zijn:
"Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn." (Koran 18:29)
Deze vermelde koranverzen zijn geopenbaard in een periode dat Mohammed in Mekka woonde en hij geen politieke of militaire macht had. Dus gaf Allah hem de opdracht om enkel “waarschuwer” te zijn en degenen die niet geloofden te vervloeken en te bedreigen met de hel.

In de periode dat Mohammed in Medina woonde en een groeiende politieke en militaire macht had, werd “waarschuwen” “oorlogvoeren”.

Ter informatie, de nummering van de verzen die vermeld worden onder 88:22-23 klopt niet. De juiste nummering is 88:21-22.

Het is interessant de rest van vers 18:29 te lezen. En dan wordt ook duidelijk waarom Linda slechts het gedeelte citeert dat in haar bewijsvoering past, terwijl de rest van het vers juist het tegengestelde aantoont. We citeren even het hele vers:

18:29. Zeg: "Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven wil en niet geloven, die niet wil." Voorwaar, wij hebben de boosdoeners een Vuur bereid, welks omheining hen zal insluiten. Indien zij om hulp roepen, zullen zij worden begoten met water als gesmolten lood, dat hun gezicht zal verbranden. Hoe verschrikkelijk is de drank en hoe vreselijk de rustbank.

Dit vers toont aan dat de godsdienstvrijheid in de Islam heel relatief is. Degenen die niet geloven worden als boosdoeners gebrandmerkt en in het hiernamaals ondergaan zij dan de gruwelijkste folteringen.

Het is zoals een leraar die zegt dat zijn leerlingen vrij zijn om al dan niet hun huiswerk te maken. Maar indien zij het niet doen, dan zal hij hen in de volgende les met kokend water overgieten.

Linda zou dan zeggen dat die leerlingen vrij zijn om wel of niet hun huiswerk te maken. Dit is de islamitische manier van vrij zijn. Buiten dit vers zijn er nog honderden andere verzen die de ongelovigen met de hel en de ergste straffen bedreigen.
Het gebruik van psychische of fysische dwang of geweld om mensen ertoe aan te zetten zich te bekeren tot de Islam, wordt uitdrukkelijk verboden door de Koran en de daarop gebaseerde Islamitische Wet, de Shariah.

Dit geldt enkel voor Christenen en Joden die zich vrijwillig aan het islamitisch gezag onderwerpen (9.29) en een tweederangsstatus aanvaarden. Alle anderen dienen zich te bekeren of worden gedood (9.5).

Vermoedelijk heeft Linda nog geen Shariah handboeken te zien gekregen. Op onze webpagina Jihad volgens de Shafii School staat in detail uitgelegd hoe één van de leidende scholen van de Islam over de behandeling van niet-moslims denkt. De andere scholen hebben een gelijkaardig verhaal. De jihad dient juist om de islam als systeem overal te verspreiden.

Defensieve jihad is een verplichting voor iedereen indien moslims aangevallen worden of hun land bezet is.

Voor iemand als Bin Laden, maar ook voor andere gelovige moslims is niet alleen Palestina maar ook Spanje bezet moslimgebied.

De offensieve jihad is een aanval tegen niet-moslimlanden die de “uitnodiging” om zich tot de Islam te bekeren afgewezen hebben.
Theologisch gezien, is er trouwens geen reden toe: het is immers niet omdat men zich bekeert tot de Islam dat men zeker naar de hemel zou gaan, want volgens de Islam gaan slechts diegenen die vroom zijn en zich goed gedragen naar de hemel. De naam van het geloof waartoe zij behoren, speelt daarbij geen rol. Degenen die zich misdragen - met inbegrip van muslims - komen in de hel terecht.
Volledig fout!

Dat moslims die zich misdragen ook in de hel terechtkomen wordt tegengesproken door volgende Hadith van Bukhari, Vol. 2, Boek 23, Nr. 329:

Abu Dhar heeft overgeleverd: Allah’s Apostel zei, “Iemand kwam tot mij van mijn Heer en gaf me het goede nieuws dat indien een van mijn volgelingen sterft terwijl hij niemand naast Allah aanbidt, hij het Paradijs zal binnengaan.” Ik vroeg, “Zelfs indien hij illegale seksuele betrekkingen heeft (overspel) en gestolen heeft?” Hij antwoordde, “Zelfs indien hij illegale seksuele betrekkingen (overspel) gehad heeft en diefstal gepleegd heeft.”

Ter informatie, overspel en diefstal worden in de islamitisch wet met respectievelijk steniging en amputatie bestraft. Maar voor de toegang tot de hemel is dit geen probleem als je maar in Allah gelooft.
"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)
Het vers 2.62, door Linda geciteerd, is fout vertaald. Dit vers wordt bijna altijd fout vertaald. In plaats van de verleden tijd, gebruiken vertalers de tegenwoordige tijd. Dit is misleidend maar een goed middel om de scherpe kanten van de Islam af te vijlen.

De juiste vertaling luidt:"Zij die geloofden (=amanu in het Arabisch, niet ju’minuna= geloven) zij die het Jodendom aanhingen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloofden en die deugdelijk handelden, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62).

Het komt er dus op neer dat de Joden en de Christenen die vóór Mohammed geleefd hebben en goede daden verricht hebben naar de hemel gaan. Maar nadat Mohammed gekomen is en deze mensen zich niet tot de Islam bekeerd hebben, dan zijn zij bij de verliezers. Dit staat in vers 3.85: “En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.

Degenen die ongelovig zijn gaan naar de hel en dan maakt het niet uit wat zij in hun leven gedaan hebben. Zij zijn slecht omdat zij ongelovig zijn.
Jihad tegen de ongelovigen is duidelijk geen strijd om de wereld te zuiveren van niet-muslims - zoiets wordt door de Koran verboden. Het is wel een ideologische, spirituele strijd tegen wat men in abstracte termen 'het ongeloof' kan noemen, tegen 'ongelovig gedrag' bij mensen - maar niet tegen 'ongelovige mensen', want alleen God kan zeggen wie dat zijn. Het middel om deze jihad te voeren, is da'wah - verspreiding van het geloof. Het is een jihad met het woord, met de pen, om kennis over het Islamitisch geloof te verspreiden, zodat ongeloof afneemt.
Zoals we hierboven al gezien hebben heeft Mohammed, de voorbeeldfiguur van goed en kwaad in de Islam, op een periode van 10 jaar tijd zijn gebied „gezuiverd“ van niet-moslims. En deze mensen werden niet met een “ideologische strijd tegen ongeloof” verdreven maar met bruut wapengeweld.

En dan komt Linda zomaar eventjes vertellen dat dit door de Koran verboden is. Heeft Mohammed er volgens haar zelf weinig van begrepen?

Voortgaand op het voorbeeld van Mohammed is het in de 21e eeuw nog altijd verboden voor niet-moslims om zich in Saoedi-Arabië te vestigen en is de beleving van andere godsdiensten verboden. Saoedi-Arabië wordt doorgaans een extremistisch land genoemd, terwijl zij gewoon de leerstellingen van Mohammed getrouw toepassen. Moedigt Linda dit ook aan?
"Gehoorzaam dan de ongelovigen niet, maar stel je tegen hen heftig te keer (met de Koran)." (Koran 25:52)
"En wie spreekt er beter dan wie tot God oproept, deugdelijk handelt en zegt: "ik behoor tot hen die zich [aan God] overgeven." (Koran 41:33)
En weerom volgen verzen uit de tijd dat Mohammed in Mekka woonde en machteloos was.
Hoe de moslims zich tegen de ongelovigen heftig tekeer moeten stellen met de Koran in de hand, zal wel altijd een vraagteken blijven?
Met bedreigingen en beledigingen vanaf het moment dat het duidelijk wordt dat de argumentatie van Mohammed te zwak blijkt?
De Koran schuift de Islamitische gemeen-schap naar voor als een modelgemeenschap, een gemeenschap van matiging en recht-vaardigheid. Dit maatschappijmodel, wordt aanzien als een alternatief voor onrecht. Het propageren van het Islamitisch model wordt als jihad beschouwd.
 
"Laat er uit jullie een gemeenschap voortkomen [van mensen] die oproepen tot het goede, het behoorlijke gebieden en het verwerpelijke verbieden. Zij zijn het die het welgaat." (Koran 3:104)
Terwijl de Joden eens het uitverkoren volk waren, zijn dit sinds Mohammed de Moslims:

3.110. Gij (Moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah. En, indien de mensen van het Boek hadden geloofd, zou het zeker beter voor hen zijn geweest. Sommigen hunner zijn gelovigen, maar de meesten hunner zijn overtreders.

En het wordt nog erger wanneer blijkt dat Allah mensen doet dwalen:

4.143. Weifelend tussen dat en dit. Zij behoren noch tot dezen, noch tot genen. En voor hem, die Allah doet dwalen, zult gij geen uitweg vinden.

Voor hen is er geen redding.

De stelling dat de islamitische gemeenschap de beste is zoals o.a. in vers 3.110 aangegeven, is één van de drama’s voor de integratie van moslims in Europa.  

Enerzijds zijn moslims volgens de Koran Übermenschen, anderzijds moeten zij in de praktijk vaststellen dat zij oververtegenwoordigd zijn in de “foute statistieken” zoals criminaliteit, werkloosheid, vluchthuizen voor vrouwen.

Het spreekt ook voor zich dat moslims zich niet gaan vermengen via een huwelijk met mensen die de Koran minderwaardig acht, erger dan beesten omdat zij niet geloven.

8.55. Voorzeker, in de ogen van Allah zijn zij, die (de waarheid) verwerpen erger dan beesten want zij willen niet geloven.

“De waarheid” is natuurlijk de Islam.
Het aanmoedigen van het goede en verbieden van het kwade, is een van de meest elementaire principes van de Islamitische jihad. Het wordt gezien als weg naar een rechtvaardige, evenwichtige samenleving:

"Zo hebben wij jullie gemaakt tot een evenwichtige gemeenschap opdat jullie getuigen zullen zijn over de mensen en opdat de gezant getuige zal zijn over jullie." (Koran 2:143)
En hier vallen we weer in een eindeloze herhaling van dezelfde ongefundeerde academische dwaling waarin jihad zowat alles kan zijn zonder dat Linda nog de moeite doet om er koranverzen of Hadith bij te halen die het woord jihad of zelfs jahada/streven bevatten.

Deze rechtvaardige, evenwichtige samenleving waarin het goede aangemoedigd wordt en het kwade verboden, is natuurlijk niet wat wij ons doorgaans voorstellen en gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens met gelijke rechten voor iedereen.

Neen rechtvaardig en evenwichtig betekent dat de wetten van Allah gevolgd worden. Linda heeft hierboven al aangegeven dat goed en kwaad door Allah bepaald worden en niet door de mens. En dat betekent dat vrouwen en niet-moslims minder rechten hebben. Dit is islamitische rechtvaardigheid.

Wanneer een meisje van 10 aan een oude man uitgehuwelijkt wordt op basis van het voorbeeld van Mohammed, dan is dit niet in strijd met het streven naar een “rechtvaardige, evenwichtige” samenleving.

Het is gewoon intriest dat een intelligente Vlaamse vrouw als Linda en nog zoveel andere “zusters en broeders” in die logica meestappen.
Jihad al-kuffar is een strijd om zulk een gemeenschapsideaal te verspreiden. Het is een strijd tegen 'ongeloof', maar duidelijk geen oorlog om het geloof gewapenderwijze op te leggen aan anderen. De Arabische vertaling van 'heilige oorlog' is trouwens 'harbun muqaddasatu' of 'al-harbu al-muqaddasatu' en niet 'jihad'. Het is muslims uitdrukkelijk verboden aan zulk een oorlog deel te nemen.
Blijkbaar hebben de islamitische geleerden er dan weinig van begrepen. Zij beweren het tegengestelde.
Hoe zit het dan met sommige verzen die expliciet lijken te handelen over een strijd tegen 'ongelovigen'? Zo wordt in volgend vers op het eerste gezicht toelating gegeven om de ongelovigen te vermoorden:

"En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, sla hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. ... (Koran 47:4)

Er wordt hier niet gezegd dat men alle ongelovigen moet vermoorden. Uit de Sunnah blijkt dat het vers geopenbaard werd naar aanleiding van de strijd om Badr. Het is alleen van toepassing op de vijand in een oorlog ("in de strijd"). Het gaat dus niet om wat er moet gebeuren met ongelovigen maar om hoe men zich moet gedragen tegenover een vijand (die in dit geval uit ongelovigen bestaat) in het heetst van de strijd, temidden van het slagveld.
Er wordt in dit vers niet alleen “op het eerste gezicht toelating gegeven” om deze ongelovigen te doden, er wordt bevel gegeven. Men wil dus niet enkel de tegenstander domineren en de oorlog winnen maar doden tot men zeker is dat de vijand in de nabije toekomst geen gevaar meer zal betekenen.

En het wordt nog erger in een ander vers dat “geopenbaard” is naar aanleiding van dezelfde gebeurtenis (Badr). Daarin geeft Allah Mohammed ervan langs omdat hij gestopt was om gevangenen te doden die hij tegen losgeld wou inruilen.

8.67. Een profeet kan geen gevangenen maken voordat hij tot geregeld vechten in het land komt. Gij wenst de goederen van deze wereld terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst. En Allah is Almachtig, Alwijs.

Het vermelde “geregeld vechten” is echt wel een eufemistische vertaling. In de koran-commentaar van Ibn Kathir op volgende link staat dit te lezen: “until you have fully defeated them, meaning, `you have killed and utterly destroyed them.'”

Voor een godsdienst van mededogen is opdracht geven om een bloedbad aan te richten wel “opvallend”.
Met andere woorden: dit vers vestigt een regel van de krijgswet.
Vraag die zich hier stelt is wat godsdienst met oorlogsvoering te maken heeft? Linda bewijst met haar uitspraak dat de Islam niet alleen een godsdienst is maar een allesomvattende ideologie die zelfs regels voor oorlog bevat, en wel dat je in geval van oorlog tegen ongelovigen geen mededogen moet hebben en er op los moet hakken. Logisch toch?

En dan lijkt de scheiding van kerk en staat of religie en bestuur heel ver af.
De hoofdregel in de Islam is dat alle leven heilig is. De Koran stelt dat wie iemand doodt, "het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood" (Koran 5:32).

Het vers 47:4 vormt daarop een uitzondering: in een oorlogssituatie kan het doden van de vijand onder bepaalde omstandigheden toegestaan zijn, o.m. wanneer het om logistieke of militaire redenen niet mogelijk is de vijand gevangen te nemen. Zonder dit uitzonderingsvers, zou men zich ook ten tijde van oorlog niet gewapenderhand mogen verdedigen en zou men zich moeten laten doodslaan of doodschieten. Het doden van een vijand in oorlogstijd, is echter op zich geen algemene oorlogsregel, want als het mogelijk is, beveelt de Koran aan de vijand gevangen te nemen en niet te doden - zoals al meteen in ditzelfde vers wordt aangegeven.
Vers 5.32 is een vers dat nooit volledig geciteerd wordt. Want het blijkt dat dit vers voor de Joden (kinderen van Israel) bestemd is.

5.32. Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken. En voorzeker Onze boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen en toch – werden daarna -velen hunner op aarde tot overtreders.

Allah heeft dus aan de Joden gezegd dat het leven heilig is, maar het volgende koranvers zegt wat er met de vijanden van de Islam moet gebeuren:

5.33. De vergelding dergenen die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts dat zij gedood of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten de ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land worden uitgezet. Dat zal voor hen een schande in deze wereld zijn en in het Hiernamaals zullen zij een grote straf ontvangen.

Is het ook Allah die zijn vijanden, de ongelovigen, doodt of kruisigt of hun ledematen aan weerskanten afhakt?

Iemand die Mohammed beledigt met cartoons, voert die geen  oorlog tegen Allah en zorgt die niet voor onrust in gebieden waar moslims en niet-moslims naast elkaar wonen?

Volgens het vermelde vers is de “schande” voor nu en het hiernamaals.

Conclusie: Linda citeert een vers (gedeeltelijk) om de zoveelste “hoofdregel in de Islam” te bewijzen, namelijk dat de Islam het leven respecteert. Ze vermeldt het vers dat erna komt er niet bij, want daarin staat een oproep tot geweld of deportatie van de vijanden van de Islam.
De Koran bevat verschillende zulke verzen die, wanneer ze uit hun context gerukt worden, gemakkelijk verkeerd begrepen en uitgelegd worden. Dergelijke verzen handelen niet over de strijd tegen de ongelovigen maar over de krijgswet, en horen niet thuis onder 'jihad ul-kuffar', maar wel onder 'jihad al-asghar', een oorlog om zich te verzetten tegen een aanval, bezetting of vervolging, en een vorm van jihad die later behandeld wordt.
Linda heeft al aangegeven dat vers 47.4 “geopenbaard” is naar aanleiding van de slag bij Badr. Het is verbazend dat zij er enerzijds op hamert om de verzen in hun context te zien en anderzijds de context niet in het kort schetst! De reden zal ook snel duidelijk worden. De slag bij Badr wordt door Ibn Ishaq in zijn biografie van Mohammed uitvoerig beschreven van p 289 tot 314.

De slag bij Badr was in feite een mislukte roofoverval die Mohammed georganiseerd had op een rijk beladen karavaan van de mensen van Mekka. Mohammed had met een groep van een 300-tal mensen Medina verlaten (waar hij toen woonde) en was uitgerukt toen hij vernomen had dat er een karavaan in de buurt voorbijkwam. De mensen van Mekka hadden versterking gehaald om hun goederen te beschermen. Moslims stellen dat de oorlog die dan volgde er één in zelfverdediging was. En Allah gaf  opdracht om de ongelovige vijand te doden in vers 47.4.

Nu had Mohammed in principe reeds aan alle ongelovigen de oorlog verklaard. In de Hadith van Muslim, Boek 1, Number 30 staat te lezen:
“Er is gerapporteerd op autoriteit van Abu Huraira dat de Boodschapper van Allah gezegd heeft: Ik heb opdracht gekregen te vechten tegen de mensen zolang zij niet verklaren dat er geen God is buiten Allah, en degene die dit zegt heeft van mij de garantie van zijn eigendom en zijn leven, behalve voor de rechten die Allah heeft.“

Iemand die zich hiertegen verzet is dus een agressor die moet bestreden worden en dan gelden instructies zoals in vers 47.4.
Linda Bogaert schrijft:
e. Jihad al Bid'ah: zuiver houden van het geloof door afwijzen van afwijkende innovaties
Onze commentaar:
En weerom hebben we een term, “jihad al Bid’ah” die nergens in de Koran of de Hadith voorkomt. “Innovatie” of “bid’ah” worden nergens met het woord jihad verbonden en zelfs niet met jahada, streven.
Jihad al-kuffar, de verspreiding van kennis van het geloof om ongeloof te doen afnemen, hangt nauw samen met de jihad al-bid'ah, een strijd tegen zogenaamde 'innovaties' in het geloof. Afwijzen van innovaties wil niet zeggen dat het geloof statisch is. De Koran geeft de mensen voortdurend de opdracht hetgeen hen door een vorige generatie aangereikt wordt, te toetsen op waarachtigheid, en wanneer iets vals blijkt, het af te wijzen:

"En als tot hen gezegd wordt: "Volgt wat God heeft neergezonden na", zeggen zij: "Welnee, wij volgen dat na waarvan wij merken dat onze vaderen er zich aan hielden". Ook dan soms als hun vaderen helemaal niet verstandig waren en zich niet de goede richting hadden laten wijzen?" (Koran 2:170)
Een lange uitleg volgt, met een aantal grote waarheden die verder de aandacht moeten afleiden van de gewelddadige jihad om de Islam te verdedigen of verspreiden.

Zonder het te weten geeft Linda hierbij het recept voor wat doorgaans “radicalisatie” genoemd wordt. Het terugkeren naar de zuivere Islam, door Linda  “waarachtigheid” genaamd.

We geven een paar illustraties.

Anecdote 1
Er zijn in België en de omliggende landen jongeren die zich op een bepaald moment gaan verdiepen in de Islam en tot de conclusie komen dan noch zijzelf noch hun familieleden de “ware Islam” volgen.

Zij beginnen stapsgewijs hun geloof toe te passen en gaan dit ook aan hun omgeving opleggen. Het gevolg is dat zij het leven van vooral hun zussen, moeders,... zuur maken. Want wat blijkt, hun moeder en zussen dragen geen hoofddoek, hangen in winkelcentra rond zonder mannelijke begeleiding, gaan “losjes” om met vreemde mannen door hen bvb. een hand te geven, werken samen met mannen op eenzelfde kantoor, ...

Voor deze jongeren is dit allemaal haram, zonde en zij zien het als hun taak om dergelijk gedrag “af te wijzen”. Ook al zijn hun moeders, zussen, ... in de ogen van de meeste autochtone én allochtone Belgen heel deftige dames die werkelijk een zonnetje zijn voor hun omgeving.

Maar dit is van geen belang. Van belang is het nauwgezet opvolgen van de instructies van Allah en Zijn Profeet. Linda had dit onder §2.a al geschreven: “Het is God die bepaalt wat goed en slecht is, maar het lagere zelf probeert zich daaraan te onttrekken en zelf te definiëren wat kan en niet kan.

De Imams, die aan deze “radicale” jongeren vertellen wat toegelaten is en wat niet (halal en haram) en zoals het goede moslims betaamt de mensen ook “aansporen” tot het goede, worden doorgaans “radicale imams” genaamd. En Linda keurt het gedrag van deze radicale imams vermoedelijk ook goed aangezien zij hun volgelingen enkel tot het zuivere geloof aanzetten, zonder “innovaties”.

Of zou Linda beweren dat deze Imams, die geacht worden de Islam beter te kennen dan de doorsnee moslim, er toch niets van begrepen hebben?

Anecdote 2
In Maleisië beklagen oude moslims zich erover dat hun kinderen niet toelaten dat hun kleinkinderen bij niet-moslim vriendjes blijven eten. Eigenlijk willen hun kinderen helemaal niet dat de kleinkinderen met niet-moslims omgaan. Als je volgend vers leest is het ook duidelijk waarom:

98.6. Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen.

De oude Maleisische moslims hebben het grootste deel van hun leven doorgebracht in een tijd waarin weinig onderscheid gemaakt werd tussen moslims en niet-moslims. Iedereen werd als gelijkwaardig beschouwd. Religie was een privé-aangelegenheid. De nieuwe generatie wordt religieuzer met als gevolg dat moslims de anderen weer als vijand gaan zien zoals hun Profeet hen heeft voorgeleefd en zoals bevestigd in honderden koranverzen die ongelovigen naar de hel wensen.

Anecdote 3
Een Vlaamse vrouw is met een Jordaniër getrouwd. Zij heeft zich bekeerd tot de Islam en dat zij en haar man goed bezig zijn, bewijst volgend verhaal. Hun dochtertje van zes is uitgenodigd op een verjaardagsfeestje bij moslims die het niet zo nauw nemen met de Islam. De vader brengt het dochtertje en zegt dat zij geen cadeautje meegebracht hebben omdat er in de Islam niet zoiets is als “verjaardagfeestjes”. Dit is een innovatie die niets met de Islam te maken heeft, hetgeen Linda hier Bid’ah noemt. Jawel, dit is Vlaanderen in de 21e eeuw.
Dergelijke verzen leggen een stevige basis voor een dynamiek in de geloofsbeleving. Ze moedigen elke generatie aan hetgeen hen door hun ouders en leraars werd aangereikt, in vraag te stellen en te toetsen aan de Koran.
Deze “dynamiek” komt in de praktijk neer op het telkens opnieuw terugkeren naar de regels die in de 7e eeuw vastgelegd zijn.
Ook wanneer zich nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen voordoen, moet daarover vanuit het geloof een standpunt ingenomen worden. Het geloof moet dus meegaan met zijn tijd. Wat niet mag, is het invoeren van vernieuwingen die afwijken van het Koranisch model.

"En wie is er zondiger dan wie over God bedrog verzint of Zijn tekenen loochent? Het zal de onrechtplegers zeker niet welgaan." (Koran 6:21)
Natuurlijk worden nieuwe ontwikkelingen aan de leerstellingen van de Islam getoetst. Linda doet hier echter alsof de Islam een culturele en maatschappelijke dynamiek heeft. Dit klopt niet. Zeggen dat “de Islam” het gebruik van computers toelaat of ten-minste niet afkeurt, is iets anders dan het geloof laten meegaan met de tijd.

In de praktijk veranderen deze nieuwe ontwikkelingen niets aan hetgeen de Islam zegt over de relatie tussen man en vrouw, moslims en ongelovigen, ... En dit zijn juist de meest problematische aspecten die dus niet kunnen veranderd worden.
Vernieuwingen die strijdig zijn met de Islamitische leer, bid'ah, worden afgewezen. Zulke vernieuwingen komen neer op dwaal-leer. Jihad al-bid'ah is een strijd tegen het invoeren van zogenaamde innovaties die in strijd zijn met de Islamitische leer en die daardoor het geloof onderuit zouden halen.
Een pijnlijk voorbeeld hiervan is de minimum huwelijksleeftijd. In de loop van de tijd is deze steeds gestegen. In België bvb. was deze in de jaren 70 van vorige eeuw nog 15 voor meisjes en 18 voor jongens, nu is deze voor beide 18.

Ook in de meeste islamitische landen ligt de minimum leeftijd (ruim) boven de 14 jaar. Dit is een maatschappelijke evolutie die we tegenwoordig onder de noemer cultuur zouden rangschikken.

Na de islamitische revolutie in Iran is men alle wetgeving kritisch gaan bekijken en heeft men de leeftijd voor meisjes verlaagd naar 9 jaar. Men beroept zich daarbij op de leeftijd van Aisha toen zij in het huis van Mohammed ging wonen na op 6-jarige leeftijd uitgehuwelijkt geweest te zijn. In Iran heeft men dan 9 jaar als praktische minimumlimiet genomen.

Wie beweert dat deze regel nu niet meer van toepassing is omdat de cultuur veranderd is, heeft niets van de Islam begrepen. Het voorbeeld van Mohammed is regelgevend. Wat hij voorgetoond of toegelaten heeft, is islamitische wet. Indien men het voorbeeld van Mohammed in vraag begint te stellen en alles “in zijn context bekijkt”, blijft er binnen de korste keren niets meer van de Islam over. Zoals Linda terecht stelt, zou dit “het geloof onderuit halen”.

Als onze cultuur geëvolueerd is en afwijkt van de islamitische wet, dan moet niet de islamitische wet maar de cultuur aangepast worden. Daarover gaat deze door Linda uitgevonden “Jihad tegen innovaties”.

Een minimumleeftijd van 18 jaar is dus een innovatie die in de woorden van Linda moet bestreden worden. De islamitische wet kent namelijk geen minimum huwelijksleeftijd, noch voor jongens, noch voor meisjes.
Er is echter wel ruimte om standpunten in te nemen tegenover nieuwe zaken en het geloof inhoudelijk mee te laten evolueren met de tijd.
Dit is weerom een misleidende zin die twee verschillende zaken behandelt en maar voor de helft klopt.

(1)“Er is echter wel ruimte om standpunten in te nemen tegenover nieuwe zaken

Dit klopt en is ook onvermijdelijk. Er zijn in de 21e eeuw namelijk nieuwe technologieën zoals computers, GSM, email, in-vitro-fertilisatie, ... De vraag is hoe men deze technologieën in de “islamitische context” kan toepassen. We geven terug een pijnlijk voorbeeld.

De islamitische wet legt het initiatief voor echtscheiding bij de man. Hij kan zijn vrouw met een minimum aan formaliteiten verstoten. Hij hoeft zelfs geen reden op te geven. Als de man beslist dat het huwelijk voorbij is, dan is het zo. Een vrouw kan enkel via de rechtbank scheiden als zij een goede reden heeft en een goed dossier kan voorleggen. Wanneer zij een scheiding aanvraagt omdat haar man er nog een vrouw bij genomen heeft, zal zij van een kale reis terugkomen omdat zij haar man dit recht niet kan ontnemen.

Nu blijken meer en meer mannen hun vrouwen per SMS te scheiden. Of zo’n echtscheiding geldig is of niet, daar is “ruimte om standpunten in te nemen”.
(2) “Het geloof inhoudelijk mee te laten evolueren met de tijd

Dit klopt helemaal niet en is trouwens een totaal andere zaak. In ons voorbeeld van echtscheiding kan de regel dat een man zijn vrouw “zomaar” mag scheiden, niet veranderd worden aangezien de regel in de Koran en de Hadith vastgebetonneerd is.

Dit is het grote probleem van de Islam, namelijk dat alles in duizenden regels in detail vastgelegd is in de 7e eeuw.

Inhoudelijk laten evolueren zou bvb. betekenen dat voor echtscheiding onderlinge toestemming nodig is en dat de vrouw ook kan scheiden zonder opgave van redenen. Dat kan dus niet.

Dat er inhoudelijk geen evolutie mogelijk is, sluit niet uit dat de islamitische wet mogelijkheden biedt om vrouwen een betere situatie geven.

Bijvoorbeeld kan de vrouw in het huwelijkscontract laten opnemen dat in geval haar man er nog vrouwen bijneemt, zij het “recht” heeft om te scheiden. Of dat in geval haar man haar zonder opgave van reden scheidt, hij zich blauw betaalt.

Maar dit wordt dan weerom als een belediging gezien van de bruidegom en zijn familie en de vader van de bruid zal zijn “eer” dan stellen boven de toekomstige rechtssituatie van de dochter die hij uithuwelijkt. Als hij al op de hoogte is van de wettelijke mogelijkheden.

Een meisje van 14 dat uitgehuwelijkt wordt weet ook meestal niet wat er gebeurt en er wordt van haar niet verwacht dat zij alle finesses van het islamitisch huwelijksrecht kent.

Meestal wordt zonder bijkomende clausules een standaard islamitisch huwelijkscontract afgesloten dat heel nadelig is voor de vrouw.

De “creatieve” toepassing van de islamitische wet komt in de praktijk neer op een evolutie in de richting van het “decadente” westerse systeem, met meer rechten voor de vrouw.
Diezelfde toon vind men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

"Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig". (Koran 60:7)
Vermeld vers is natuurlijk niet relevant tijdens de gewapende Jihad, enkel ervoor. De rest van Soera 60 bestaat grotendeels uit een vermaning aan de moslims om geen vriendschappen te sluiten met ongelovigen, zelfs niet met familieleden. De ongelovigen zijn degenen die “de waarheid verwerpen”.
Dit komt ook tot uiting in de hadith:
"Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden." (gemeld door al-Tirmidhi).
Haat je vijand op milde wijze” is nog wat anders dan “bemin je vijand” uit het evangelie. De vraag is waarom Mohammed als stichter van een spirituele beweging überhaupt opdracht geeft om te haten. En hoe doe je dat, “op milde wijze haten”?
De 'jihad met het zwaard' is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohammed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde.

Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :
- Dood geen vrouwen
- Dood geen kinderen,
- Dood geen bejaarden,
- Dood geen zieken.
- Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
- Verniel geen onbewoonde plaatsen.
- Dood geen dieren behalve voor voedsel.
- Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
- Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd. >
- En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven.

Abu Bakr zei ook dat men zelfs de melk van de dieren niet mocht gebruiken tenzij men de toestemming had van de eigenaars van de dieren. Islam kent een zeer uitgebreid stelsel van dierenrechten. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Sommige muslims wijzen erop dat als er sprake zou kunnen zijn van een 'heilige oorlog', dit enkel is in de zin van een oorlog waarin muslims gebonden zijn aan zulke 'heilige' door de Koran en de Sunnah ingestelde hoogstaande principes. Het is echter helemaal geen heilige oorlog in de zin waarin dit in het Westen begrepen wordt, met name een oorlog om anderen met geweld te bekeren tot het eigen geloof.

Zoals in 'jihad al-kuffar' gemotiveerd werd is het muslims volstrekt verboden deel te nemen aan zulk een oorlog. De Koran garandeert immers godsdienstvrijheid en verbiedt uitdrukkelijk het gebruik van dwang in de godsdienst.
Nadat Mohammed het hele gebied rond Mekka en Medina, hetgeen nu het Westen van Saoedi-Arabië is onderworpen had en gezuiverd had van alle niet-moslims, kunnen we ons de vraag stellen waarom Abu Bakr nog oorlog moest voeren?

Oh ja, er waren na de dood van Mohammed moslims die afvallig geworden waren en die werden met geweld weer “op het juiste pad” gebracht. “Geen dwang in de godsdienst” (2.256) zou Linda zeggen.

Wat Linda niet vermeldt is dat krijgsgevangen mannen mogen gefolterd en gedood worden en dat vrouwen die hun mannen op één of andere manier helpen of aanmoedigen mogen gedood worden.

Bovendien kunnen gevangen vrouwen tot slavin gemaakt worden en verkracht worden, zoals in volgende Hadith aangegeven is. Tot daar de hoog-staande regels van oorlogsvoering in de Islam. Hier is de bewuste Hadith van Bukhari, Volume 5, Boek 59, Nummer 459:
Ibn Muhairiz heeft overgeleverd: Ik kwam de Moskee binnen en zag Abu Said Al-Khudri en ging naast hem zitten en vroeg hem over Al-Azl (dit is coitus interruptus). Abu Said zei, “We gingen met Allah’s Apostel naar de oorlog tegen de Banu Al-Mustaliq en we kwamen in het bezit van Arabische gevangenen en we hadden lustgevoelens voor vrouwen en onthouding werd heel moeilijk voor ons en we wouden coitus interruptus doen. Toen we dus van plan waren om coitus interruptus te doen, zeiden we, ‘Hoe kunnen we coitus interruptus doen voordat we het advies van Allah’s Apostel vragen die aanwezig is?” We vroegen (hem) hierover en hij zei, ‘Het is beter voor jullie om dit niet te doen, omdat een ziel (tot aan de dag der opstanding) die voorbestemd is om te bestaan, ook zal bestaan.”

Toestemming tot verkrachting van krijgsgevangen vrouwen wordt ook in deze en deze Hadith gerapporteerd.
Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

“En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God." (Koran 8:61)
Dit vers is geopenbaard naar aanleiding van de slag bij Badr, die zoals eerder gesteld een uit de hand gelopen roofoverval van Mohammed en de eerste moslims op een karavaan van de mensen van Mekka was.

De moslims vielen dus aan en Allah zegt hen dan dat als de tegenpartij vrede aanbiedt, zij die moeten aanvaarden. Een beetje zoals een bankrover die aan de bediende zegt dat als die het geld spontaan geeft, dat hij dan geen geweld gaat gebruiken.

Ibn Ishaq schrijft in zijn biografie op p 326 over vers 8.61 dat “geneigd zijn tot vrede” betekent: “op basis van de Islam”. Dit komt praktisch neer op het aanvaarden van het gezag van de islamitische wet. Vrede betekent hier dus overgave.

Vers 8.61 is het enige vers in Soerah 8 die een enigszins vreedzame betekenis zou kunnen hebben, maar bij nader toezien is dit maar schijn.
Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienst-vrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

"God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen..." (Koran 4:58).

"Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid." (Koran 5:8)

"God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is...." (Koran 16:90)

De Islamitische gemeenschap wordt hierbij, zoals eerder gezegd, naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Jihad al-asghar is enkel toegstaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.
Hetgeen “door de koran gereguleerd wordt in geval van een overwinning” staat in de verzen 9.5 en 9.29 uit hoofdstuk 9, dat één van de laatst geopenbaarde is.

Voor Joden en Christenen betekent dit het aanvaarden van een tweederangsstatus en het betalen van een bijzondere belasting, de Jizya waarvan de hoogte afhangt van de islamitische heerser. Zij zijn dus vrij zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten.

9.29 Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.

Alle anderen worden gedood eventueel na een bedenktijd.

9.5 Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.

Terwijl verzen 9.5 en 9.29 regelgevend zijn voor de behandeling van niet-moslims, doet Linda hier alsof ze niet bestaan. We herhalen nog even dat de vermelde verzen voor een moslim „rechtvaardig“ zijn door het feit dat Allah het zo gedecreteerd heeft.

Dit alles heeft natuurlijk weinig met rechtvaardigheid volgens de hedendaagse westerse normen te maken. Kan je je inbeelden dat de Belgische Staat godsdienstvrijheid garandeert en dan een speciale, “rechtvaardige” belasting oplegt aan moslims, bvb. voor de extra kosten die de staatsveiligheid heeft voor het schaduwen van moskeeën en het volgen van (potentiële) moslim-terroristen? Zouden moslims dit dan rechtvaardig noemen?