wp69f99646.png

BEWEGING EX-MOSLIMS VAN BELGIË - MOUVEMENT DES EX-MUSULMANS DE BELGIQUE

wp1f64627c.png
wpe9143178.png
wp3a066fc9.png
wp1e2da4b2.png
wp1099933a.png
wpa0baa23e.gif

STUDIE VAN DE ISLAM

Jihad volgens Linda Bogaert: hoofdtekst deel 2
wpec400dc6.png
Linda Bogaert schrijft:
f. Jihad al-Munafiqeen: doorprikken van hypocrisie
Onze commentaar:
Jihad al-Munafiqeen is weerom een begrip dat nergens in de Koran of de Hadith voorkomt. Het is een verzonnen begrip.
Hypocrieten worden in de Koran zeer zwaar aangepakt. Hypocrisie wordt aanzien als een bedreiging voor het geloof en behoort tot het meest verwerpelijke gedrag dat men kan ten toon spreiden. Huichelen wordt omschreven als het ene zeggen en het andere doen:

"Jullie die geloven! Waarom zeggen jullie wat jullie niet doen. Het werkt bij God grote afschuw op als jullie zeggen wat jullie niet doen." (Koran 61:2-3)
Linda omschrijft hypocrisie als “het ene zeggen en het andere doen”. Zij citeert dan 2 verzen (61:2-3) om dit te ondersteunen.

Het is weerom interessant te zien hoe Linda op een gerichte manier verzen selecteert en verzwijgt. We citeren even de eerste vier verzen van Soera 61, genaamd “de strijdplaats”.

61.1. Wat zich ook in de hemelen en op de aarde bevindt, verheerlijkt Allah; Hij is de Almachtige, de Alwijze.
61.2. O gij die gelooft, waarom zegt gij hetgeen gij niet doet?
61.3. Het is afkeurenswaardig bij Allah dat gij zegt hetgeen gij niet doet.
61.4. Voorzeker, Allah heeft diegenen lief die terwille van Hem strijden in geordende gelederen, alsof zij een hechte muur vormen.

Zoals de naam van het Soera al aangeeft gaat het hier over oorlog terwille van Allah. De zoveelste oproep tot geweld in naam van de Islam.

Terwijl de argeloze lezer denkt dat hypocrisie een spiritueel begrip is, geeft Linda een voorbeeld met een militaire betekenis! Is de “bedreiging van het geloof” waarover ze het heeft, dan een militaire bedreiging? En heeft hypocrisie dan een andere betekenis dan men op het eerste gezicht denkt. Zijn hypocrieten eigenlijk pacifisten, die niet willen meevechten?
Ook hieruit blijkt hoe de Islam voorschrijft alle snaren van de persoon te stemmen om een harmonieus geheel te vormen: geloof, hart en rede, woord en daad, moeten allemaal in dezelfde richting aangewend worden en het dienen van God weerspiegelen. Alles wat deze harmonie doorbreekt, wordt in verband gebracht met Satan. Dat is ook het geval met huichelarij:

"En heb jij niet gezien naar hen die beweren te geloven in wat naar jou is neergezonden en in wat er al voor jouw tijd is neergezonden, dat zij voor een uitspraak bij de Taghoet in beroep wensen te gaan, hoewel hun bevolen was daarin niet te geloven. De satan wenst hen ver te laten afdwalen [van het rechte pad]." (Koran 4:60)

Ook hier geldt echter dat enkel God in de harten van de mensen kan kijken. Enkel God weet dus wie de huichelaars zijn:

"En onder de bedoeïenen uit jullie omgeving zijn er huichelaars en onder de mensen van Medina zijn er voor wie huichelarij gewoon geworden is. Jullie kennen hen niet maar Wij kennen hen. Wij zullen hen tweemaal bestraffen en dan zullen zij tot een geweldige bestraffing teruggebracht worden." (Koran 9:101)

De huichelaars staat het vuur van de hel te wachten:

"God heeft de huichelaars, de huichelaarsters en de ongelovigen het vuur van de hel toegezegd om daarin altijd te verblijven. Dat is goed genoeg voor hen. God heeft hen vervloekt en voor hen is er een blijvende bestraffing." (Koran 9:68)

De Koran omschrijft God als een rechtvaardige God: Hij beloont het goede, bestraft het kwade. God is echter ook vergevend, en mogelijks vergeeft hij de huichelaar die berouw toont:

"En anderen die hun zonden bekennen, zij vermengen een deugdelijke daad met een andere die slecht is; misschien dat God zich genadig tot hen wendt. God is vergevend en barmhartig." (Koran 9:102)

muslims kunnen en mogen niet oordelen over het geloof van mensen - dat komt enkel God toe. Als ze dat wel zouden doen, zouden ze zichzelf een goddelijke taak aanmeten en zouden ze zichzelf zodoende buiten de Islam stellen. Ook hier is de jihad gericht tegen het gedrag, en niet tegen de hypocriete mens. Het oordeel over de mens, dat is iets voor God. Maar muslims moeten wel hypocriet gedrag bestrijden.
Het begrip hypocrieten of huichelaars komt in de Koran heel regelmatig voor. En het zijn niet zomaar mensen “die iets zeggen en iets anders doen”. Het gaat hier over een categorie mensen die zich tijdens het leven van Mohammed tot de Islam bekeerd hadden, maar die bedenkingen hadden i.v.m. de leerstellingen van Mohammed.

33.1. O Profeet, zoek bescherming bij Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de huichelaars niet. Allah is Alwetend, Alwijs.

Bovenvermeld vers is een voorbeeld van hoe de Islam de mensen onderverdeeld heeft in groepen:

1. de goede moslims die zich zonder voorbehoud “onderwerpen” aan hetgeen Mohammed verkondigde.
2. de ongelovigen: zijn alle niet-moslims, dus Christenen, Joden en Polytheïsten. Uit de islamitische bronnen blijkt dat in die tijd iedereen in iets geloofde en dat er dus geen atheïsten bestonden
3. de hypocrieten of huichelaars waren mensen die zich tot de Islam bekeerd hadden maar wiens loyauteit twijfelachtig was.

Vermoedelijk waren de hypocrieten zich niet goed bewust van het feit dat door hun bekering tot de Islam hun oude loyauteit ten opzichte van hun eigen familie en clan en ten opzichte van andere clans kwam te vervallen.

Enkel hun loyauteit tegenover Mohammed en andere moslims was nog geldig. Dit werd duidelijk toen Mohammed de oorlog verklaarde aan iedereen die hem niet als Profeet aanvaardde. Wij herhalen nog eens de Hadith die dit illustreert, Muslim Boek 1 Nummer 31:
Ik heb opdracht gekregen om te vechten tegen de mensen tot zij zeggen dat er geen god is buiten Allah, en geloven in mij (dat) ik de Boodschapper ben en in alles wat ik gebracht heb. En indien zij dit doen, dan zijn hun bloed en bezittingen veilig voor mij.

Moslims die niet tegen hun eigen clan of oude bondgenoten (die geen moslim waren) wouden vechten, werden door de Koran hypocrieten genoemd.

Hypocrieten zijn zoals zo dikwijls in de Islam een militair en geen ethisch probleem. Het zijn dus niet zoals Linda suggereert mensen die zich bvb. niet aan hun beloftes houden en niet doen wat ze zeggen.

De grootste bedreiging voor de Islam kwam natuurlijk van het feit dat de hypocrieten als gewone moslims doorgingen en ook op de hoogte waren of konden zijn van militaire geheimen.

59.11. Hebt gij de huichelaars gezien? Zij zeggen tegen hun ongelovige broeders onder de mensen van het Boek: "Indien gij verdreven wordt, zullen wij zeker met u medegaan, en wij zullen nooit iemand ten (nadele van) uw zaak gehoorzamen en als gij wordt aangevallen zullen wij u beslist helpen." Maar Allah is getuige dat zij leugenaars zijn.

Dit koranvers illustreert dat deze “hypocriete” moslims niet in de militaire logica van Mohammed meegingen en overeenkomsten met oude bondgenoten respecteerden. Zij stonden een absolute ethiek voor die het goede en het kwade niet koppelt aan respectievelijk moslims en niet-moslims. Zij respecteerden hun oude allianties en familiebanden terwijl Mohammed een systeem ingevoerd had waarbij een bekering tot de Islam het verbreken van oude allianties en familiebanden betekende. De moslims moesten dan meedoen aan de overvallen en offensieve oorlogen die Mohammed voerde.

Maar in de Koran worden de hypocrieten dan zelf als onethische mensen voorgesteld.

In de 21e eeuw is nog niets veranderd. We geven hier een anekdote uit de zomer van 2007. Er waren incidenten  in het openluchtzwembad in Beersel. Moslim-jongens vielen toen bezoekers lastig, vooral meisjes.

De uitbaters overwogen om geen zwemshorts meer toe te laten in het zwembad “uit hygienische overwegingen”. Vooral moslimsjongens dragen zwemshorts om de vorm van hun edele delen te bedekken. Aangezien het onmogelijk is om specifiek moslims uit het zwembad te weren, racisme weet je wel, zou dit een creatieve oplossing zijn.

Verontwaardigd schrijft Marijke Snoeck een lezersbrief naar De Standaard om dit “racisme tegenover moslims” aan te klagen. Zij rept met geen woord over het wangedrag van de moslimjongens.

Marijke is een bekeerde moslima. Haar loyauteit ligt nu bij de moslims. Zij draagt zelf een hoofddoek en komt niet meer in een zwembad of op het strand.

Zij heeft haar leven aan Allah gegeven. Het zal haar een worst wezen dat meisjes die in bikini rondlopen, zoals in België al 50 jaar de gewoonte is en zoals zijzelf en haar moeder vroeger vermoedelijk ook deden, lastig gevallen worden door haar geloofsgenoten.

Goed en kwaad hebben voor deze bekeerde moslima een nieuwe betekenis gekregen.

Goed is dat meisjes zich inpakken en hun lichaam verbergen om jongens niet in verleiding te brengen.

Kwaad is dat moslimjongens uit het zwembad geweerd worden. In islamitische termen wordt dit “onderdrukking” genoemd. Men zegt dan dat deze jongens worden onderdrukt omdat zij moslim zijn.

Het lastigvallen van ongelovige vrouwen is een voortzetting van de gewoonte ten tijde van Mohammed, waarbij gevangen vrouwen van de ongelovigen seksueel konden misbruikt worden zoals geïllustreerd in koranvers 4.24:

4.24. En [verboden voor U zijn] getrouwde vrouwen, met uitzondering van haar, die gij bezit. Dit is een gebod van Allah voor u. Degenen, die daar buiten vallen, zijn u toegestaan; dat gij zoekt door middel van wat gij bezit haar behoorlijk te huwen en geen overspel te plegen. En geeft haar een huwelijksgift, tegenover de voordelen, die gij van haar hebt, dit is verplicht; er zal na het vaststellen daarvan geen zonde op u rusten in alles wat gij onderling overeenkomt. Voorzeker, Allah is Alwetend, Alwijs.

Hier betekent “haar, die gij bezit” een slavin of een vrouw die gevangen genomen is in een oorlog.

De Hadith van Muslim (Boek 8, nr. 3432) verklaart koranvers 4.24:
Abu Sa'id al-Khudri (moge Allah tevreden zijn over hem) heeft gerapporteerd dat bij de slag van Hunain, Allah’s Boodschapper een leger naar Autas stuurde en een confrontatie met de vijand aanging en met hen vocht. Na hen overwonnen te hebben en gevangenen genomen te hebben, bleken de gezellen van Allah's Boodschapper (vzmh) terughoudend te zijn om met de gevangen vrouwen seksuele betrekkingen te hebben omdat hun echtgenoten polytheïsten waren. In verband daarmee openbaarde Allah, de Allerhoogste: "En [verboden zijn:] vrouwen die al getrouwd zijn, behalve wat jouw rechterhand bezit [= slavinnen] (vers 4.24)" (dit betekent: zij zijn voor hen wettelijk toegestaan wanneer hun wachtperiode beëindigd was [om vast te stellen dat zij niet zwanger waren]).

Tot overmaat van ramp zeggen islamitische geleerden vandaag nog altijd hetzelfde. Het wetboek “Reliance of the Traveller”, gecertificeerd door de Al-Azhar universiteit in Kairo schrijft in §o9.13:
When a child or a woman is taken captive, they become slaves by the fact of capture, and the woman’s previous marriage is immediately annulled.” Vertaald betekent dit: “Wanneer een kind of een vrouw gevangen genomen wordt, worden zij hierdoor slaven, en het huwelijk van de vrouw wordt automatisch geannuleerd.” Hierdoor staat zij “ter beschikking” van haar nieuwe eigenaar, door wie zij seksueel gebruikt kan worden. Islamitische geleerden beschouwen dit vandaag nog altijd geldig.

Dat het grote probleem met de hypocrieten vooral was dat zij niet wilden meevechten in zinloze oorlogen tegen oude bondgenoten, wordt in volgende Hadith van Bukhari, Volume 6, Boek 60, Nummer 90 geïllustreerd:

Abu Said Al-Khudri heeft overgeleverd: “Gedurende het leven van Allah’s Apostel, bleven sommige mannen van de hypocrieten achter (dit betekent: zij gingen niet met hem mee) wanneer Hij op één van zijn razzia’s vertrok en zij waren blij om thuis te blijven. Wanneer Allah’s Apostel terugkwam (van het gevecht) verzonnen zij (valse) uitvluchten en legden verklaringen onder eed af, met de wens om lof te krijgen voor hetgeen zij niet gedaan hadden. En toen werd geopenbaard:
(3.188) Degenen die juichen over hetgeen zij hebben gedaan en gaarne worden geroemd voor hetgene zij niet deden, denkt niet, dat zij veilig zijn voor straf. Er wacht hen een pijnlijke kastijding.”

Toen Mohammed opdracht gaf om wie de Islam verliet, te doden zaten de Hypocrieten dus in de val. Enerzijds konden ze de Islam niet verlaten, anderzijds was het gedrag van Mohammed niet in overeenstemming met hun geweten.

Bukhari, Volume 9, boek 84, Nummer 57: Ikrima heeft overgeleverd: „Allah’s Apostel heeft gezegd: “Wie zijn islamitische godsdienst verandert, dood hem.“

Volgende verzen handelen ook over de hypocrieten en komen er op neer dat de “echte” moslims hen goed moeten in de gaten houden en hen doden indien zij “tot vijandschap vervallen”.

4.88. Waarom zijt gij betreffende de huichelaars (in) twee partijen (verdeeld)? Allah heeft hen neergeslagen wegens hetgeen zij verdienden. Wenst gij hen te leiden, die Allah te gronde deed gaan? En voor hen, die Allah doet dwalen, zult gij geen uitweg vinden.
4.89. Zij wensen dat gij verwerpt, evenals zij hebben verworpen, zodat gij aan hen gelijk zult worden. Neemt derhalve geen vrienden uit hun midden totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot vijandschap vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt; en neemt vriend noch helper uit hun midden.

Vers 4.89 wordt door sommige islamitische geleerden geïnterpreteerd als een doodvonnis voor afvallingen. De leidinggevende korancommentaar van Ibn Kathir vermeldt voor dit vers onder andere het volgende:
“(Neemt derhalve geen vrienden uit hun midden totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot vijandschap vervallen) As-Suddi zei dat dit gedeelte van de Ayah betekent. “Indien zij hun ongeloof publiek maken”.”

Vers 4.89 heeft dan als gevolg voor iemand die de Islam verlaat:

1. “het ongeloof publiek maken”: dit betekent “aan iedereen gaan vertellen” dat je geen moslim meer bent. Dan dien je gedood te worden. Indien een afvallige aan een klein kringetje vrienden of familieleden zegt dat hij geen moslim meer is met de boodschap om het niet verder te vertellen, dan kan hij/zij gerust gelaten worden.
2. “tot vijandschap vervallen”: wie het leven van Mohammed bestudeert zal zien dat “tot vijandschap vervallen” wel een heel brede betekenis heeft. Dit kan gaan van kritiek geven op of grapjes maken over de Islam of Mohammed, kritische vragen stellen, het weigeren Mohammed’s instructies uit te voeren, tot het voeren van oorlog tegen Mohammed en de moslims. Een moslim die zegt dat hij uit de Islam stapt omdat hij Mohammed een immoreel figuur vindt, die “vervalt tot vijandschap” tegenover de moslims en moet gedood worden. Vele moslims beschouwen de Deense cartoons als een oorlogsverklaring en begrijpen dat moslims antwoorden met geweld.

Spijtig genoeg wordt dezelfde redenering bij ons in sneltempo overgenomen. Het geven van kritiek op de Islam, zelfs al is deze 100% gegrond wordt in de 21e eeuw in België als haat zaaien tegen moslims beschouwd en het CGKR heeft hierin de rol van inquisiteur. De geëiste straffen kunnen oplopen tot een jaar gevangenis of 1000 Euro boete. In Pakistan kan je voor hetzelfde ter dood veroordeeld worden. De welmenende Belgische belastingbetaler financiert het CGKR dat zijn vrije meningsuiting aan banden legt en elke legitieme kritiek op de Islam in de kiem smoort.

Volgend voorbeeld is schrijnend en wordt in deze link gegeven. Het gaat hier over een kettingmail die steniging voor overspel aanklaagt. Het CGKR heeft deze kettingmail „onderschept“ en is op zoek naar de bron ervan. De bezoeker van de site wordt aangemoedigd om „klacht neer te leggen bij de politie“. Nu weet iedereen die de Islam bestudeerd heeft dat de „rechtvaardige“ islamitische straf voor overspel steniging is, en dit zowel voor vrouwen als voor mannen.

Toch ontkent het CGKR dit en schrijft het volgende:
“In de Koran wordt niet expliciet verwezen naar steniging als mogelijke straf in geval van overspel of geval van een andere misdaad (dat is wel zo in het Oude Testament en de Talmud, en afgewezen door het Nieuwe Testament). Daarom kunnen we aannemen dat de auteur expliciet de bedoeling heeft om het islamitische geloof verantwoordelijk te stellen voor deze barbaarse daad. Door het maken van een amalgaam tussen de Koran en wreedheden, is het de bedoeling van de auteur om de moslimsgemeenschap schade te berokken via deze email zonder enige nuance. Indien het correct is dat deze folteringen zich vandaag nog voordoen in bepaalde landen, dan moet de oorsprong daarvan gezocht worden in extremistische groeperingen die religie misbuiken om een nieuwe morele orde in de samenleving.
Daarom roepen wij iedereen op die dit filmpje ontvangt, om het niet door te sturen. Wij vragen wel om hierover melding te maken bij de Federale Politie die op zoek kan gaan naar de oorspronkelijke auteur van dit filmpje. U doet dat gemakkelijk via het invulformulier op deze website www.e-cops.be

De uitleg van het CGKR is zowel vals als misleidend. Indien zij uitspraken doen over de Islam gaan wij ervan uit dat zij zich geïnformeerd hebben. Zij zouden dan moeten weten dat steniging niet in de Koran staat maar wel in de Hadith en dat de Hadith in de islamitische wetgeving even bindend is als de Koran. Er zijn tientallen overleveringen die aantonen dat Mohammed mensen laten stenigen heeft, zie onder andere hier, hier en hier, zelfs Joden die deze barbaardse daad al lang afgeschaft hadden. Elke moslim die de Koran en het voorbeeld van Mohammed volgt zou steniging moeten goedkeuren.

Om alle twijfels weg te nemen refereren we naar een website die het standpunt van één van de leidinggevende scholen van de Islam weergeeft, namelijk die van de Maliki school, vooral gevolgd in Noord- en West-Afrika. Op volgende link staat dit te lezen:
37.21a. Stoning
If someone commits illicit sex and is a free muhsan, he is stoned to death. [This is a free legally responsible Muslim, male or female. He is stoned with medium sized stones, not large ones to avoid disfigurement or small to avoid torture. People should avoid hitting the face and private parts and throw them at the back or abdomen.]

De andere scholen van de Islam zeggen hetzelfde. Voor islamitische geleerden is steniging een deel van de Islam en dient om de maatschappij te beschermen tegen immoraliteit.

Maar in België krijg je als niet-moslim een proces aan je broek wegens het aanzetten tot haat terwijl een moslim wel hetzelfde mag zeggen en vrijuit gaat.

Met volgende tendentieuze uitspraak gaat het CGKR volledig uit de bocht:
Indien het correct is dat deze folteringen zich vandaag nog voordoen in bepaalde landen, dan moet de oorsprong daarvan gezocht worden in extremistische groeperingen die religie misbruiken om een nieuwe morele orde in de samenleving [te vestigen].

De “extremistische groeperingen” waarvan sprake zijn de soevereine rechtbanken van de soevereine staat Iran en deelstaten in Noord-Nigeria die steniging als straf opleggen in de 21e eeuw. Straffen die soms opgeschort worden onder druk van internationaal protest.

Maar degene die dit aanklaagt is een haatzaaier en wordt vervolgd.
Linda Bogaert schrijft:
g. Jihad al-Asghar of kleine jihad - gewapende strijd tegen aanval of bezetting - een "heilige oorlog?"
Onze commentaar:
Tot dusver werden vreedzame vormen van jihad besproken. In sommige gevallen kan jihad -- de beste manier om God te dienen in hart en rede, woord en daad -- erin bestaan naar de wapens te grijpen. Dit is dan de 'jihad al-asghar' - een kleine jihad, in tegenstelling tot de jihad tegen het zelf (jihad an-nafs) die in Sufi-kringen omschreven wordt als de 'grote jihad' (jihad al-akbar). Daarbij wordt vaak naar volgende hadith verwezen:
Nu is het niet omdat geweld in naam van de Islam de kleine jihad genoemd wordt, dat deze minder belangrijk is dan de zogenaamd grote jihad. Het illustreert eerder hetgeen bij moslims nog tot vandaag leeft, namelijk dat de kleine jihad, dus gebruiken van geweld tegen “onderdrukking” (in de breedste zin van het woord), gemakkelijker is dan de grote jihad, die betekent zichzelf ontwikkelen.

Volgend krantenartikel in het Nieuwsblad van 12/12/2007 illustreert dit nog maar eens:

Leraar arbeidsongeschikt na 'bezoek' vader

RONSE - Een leraar lichamelijke opvoeding van het Sint-Antoniuscollege is sinds vorige week arbeidsongeschikt nadat een vader van een van zijn leerlingen de les onzacht was komen onderbreken.

De man pikte het niet dat zijn dochter een korte broek moest aantrekken om te kunnen deelnemen aan de turnles.

'Er is niet echt gevochten', zegt directeur Fabian De Ruyck over het incident. 'De man weigerde gewoon om de hand van de leraar los te laten. De manier waarop dit gebeurde tijdens de les, maakte echter veel indruk. We hebben dan ook een klacht ingediend bij de politie. De leerkracht is nog steeds aan het herstellen van de gebeurtenis.'

Het is volgens de directeur de eerste keer dat een ouder zich op die manier moeit met het lesverloop. 'Voor een kind ingeschreven wordt, moeten de ouders het schoolreglement ondertekenen. Daarmee verklaren ze zich akkoord met de procedures en de gang van zaken tijdens de schooluren. In het reglement staat onder meer dat de leerlingen in korte broek moeten deelnemen aan de turnles. Bovendien kan het ook niet dat een leerling aan bepaalde lessen niet zou deelnemen. Tenslotte geldt de leerplicht voor de volle 28 lesuren per week, lessen LO inbegrepen. Tijdens de schooluren is het ook niet de bedoeling dat ouders zich ongevraagd komen mengen in de activiteiten van de klas.

De vader in kwestie had het reglement ondertekend. Voor ons was er dus geen enkel signaal dat er een probleem was. We kunnen ons natuurlijk de vraag stellen of de man alles goed had begrepen. De familie verblijft al geruime tijd in België, maar is afkomstig van Oman. De vader spreekt voornamelijk Engels. Op het ogenblik van de inschrijving proberen we anderstalige ouders zo goed mogelijk uit te leggen wat hun rechten en plichten zijn, maar dat is niet altijd evident.'

Achteraf is er nog een gesprek geweest met de vader. Daaruit bleek naar verluidt dat de man zich intussen wel kan schikken met de gang van zaken op school. (kl)

En neen, de vader komt zich niet beklagen over het feit dat zijn dochter onvoldoende academische vooruitgang boekt (de zogenaamd grote jihad om “zichzelf proberen te verbeteren”), hij voert onmiddellijk de kleinere en gemakkelijke “defensieve” jihad tegen “onderdrukking”.

Zijn geloof wordt door de brutale leraar aangevallen die zijn arme dochter verhindert om te voldoen aan de islamitische wet. Zij wordt onderdrukt “omdat zij moslim is”, wordt doorgaans gezegd. En dan moet een moslim zich verdedigen, “in extreme gevallen” ook met geweld.
Een groep muslimsoldaten kwam bij de Heilige Profeet (van een veldslag). Hij zei: "welkom, jullie keren terug van de kleine Jihad naar de grote Jihad". Er werd gezegd: "wat is de grote Jihad"? Hij antwoordde: "het streven van een dienaar tegen zijn lage verlangens." (Al-Tasharraf, Part I, p. 70)
Deze hadith komt in geen enkele van de grote hadithverzamelingen (Bukhari, Muslim enz.) voor, zodat er twijfels bestaan over de authenticiteit ervan.

De achterliggende gedachte dat de innerlijke jihad belangrijker is dan gewapend verzet, heeft echter veel invloed gehad. De legitimiteit van de gewapende jihad wordt er overigens niet door in twijfel getrokken: in sommige omstandigheden is gewapend verzet toegestaan, en wordt het zelfs voorgeschreven of verplicht. Er bestaat in muslimkringen een brede eensgezindheid over de voorwaarden waaraan deze gewapende jihad onderworpen is.
Zoals Linda zelf zegt is deze hadith onbetrouwbaar en dus geen basis voor discussies over de Islam, in tegenstelling tot hetgeen zij beweert.

In de door Linda vermelde Hadith staat helemaal niet dat de innerlijke jihad “belangrijker” is dan de gewapende jihad. Wat “klein” en “groot” betekent voor jihad wordt helemaal niet gedefinieerd.

Moslimgeleerden zijn zelfs boos over de dwaalleer die ook Linda verkondigt. Zij zeggen dat deze discussie over grote jihad de aandacht afleidt en moslims weerhoudt om te gaan vechten voor Allah.
Islam staat geen offensieve oorlog toe. Enkel wanneer muslims aangevallen worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten - en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is de allerlaatste optie.
Voor het offensieve luik van de Jihad dat wel degelijk verplicht is en deel uitmaakt van de Islam, verwijzen we naar de webpagina van onze site die het standpunt van de Shafi’i School weergeeft.

De behandeling door Linda van jihad als oorlog toont eens te meer aan hoe moeilijk het is om in de Islam kerk en staat of godsdienst en bestuur/politiek/defensie van elkaar te scheiden. In het kader van een bespreking van een godsdienst geeft Linda weer hoe een moslim oorlog moet voeren als onderdeel van de religie Islam. Wij stellen ons hierbij de vraag wat een godsdienst met een oorlogs-doctrine van doen heeft. De zogenaamd politieke Islam is dus gewoon deel van de godsdienst Islam terwijl men ons altijd van het tegendeel probeert te overtuigen.
Volgend vers legt uit wanneer fysisch vechten toegestaan is - men spreekt hier van de 'jihad met het zwaard', om deze vorm van jihad te onderscheiden van de jihad met het woord, het hart, de pen, de waarheid, enz.
Voor degenen die zoals Linda enkel de defensieve jihad “erkennen” zijn de poorten van de agressie natuurlijk ook nog niet gesloten. “Moslims die aangevallen worden” heeft een heel brede betekenis. Moslims worden namelijk altijd op een of andere manier aangevallen, denk maar aan de cartoons.
"Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: "Onze Heer is God" - en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaars-verblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig." (Koran 22:39-40)

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige muslims. Enkel muslims die "bestreden worden", mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief. Wat hierbij betracht wordt is het beschermen van de rechtvaardige gematigde gemeenschap waarvan eerder al sprake was.

Er moet de muslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.


Het doel van de agressor moet de destructie van de Islam en de muslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienst-vervolging, waarbij muslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
Het vermelde vers verwijst naar het feit dat de eerste moslims uit Mekka “verdreven” zijn en hun toevlucht zochten in Medina. Volgens de biografieën van Mohammed was de oorzaak van het “onrecht” niet het feit dat de moslims zeiden dat er maar één god, Allah, was maar door de niet aflatende stroom beledigingen die Mohammed uitte aan het adres van de polytheïsten.

We herhalen nog eens wat Ibn Ishaq hierover schrijft op p 130 en 131 van zijn biografie: “De Apostel ging verder met het verkondigen van wat Allah hem opgedragen had te verkondigen, niets verbergend, en wekte hun afkeer op door hun godsdienst te minachten, hun idolen te verzaken, en hen in hun ongeloof latend. ... Zij zeiden dat zij nooit iets gekend hadden als de problemen die zij van deze kerel ondervonden; hij had verklaard dat hun manier van leven dom was, hij beledigde hun voorvaderen, minachtte hun godsdienst, verdeelde de gemeenschap en vervloekte hun goden. Wat zij te verduren gekregen hadden, was meer dan zij konden verdragen.

Wanneer de grond onder zijn voeten te heet werd, week Mohammed uit naar Medina én verplichtte hij zijn mensen om mee te gaan.

De Koran verwoordt dit als volgt:
1. De moslims hebben niets gedaan, enkel gezegd dat er maar één God is (Allah). (41.30)
2. De polytheïsten waren intolerant en hebben hen daarom verdreven. (22.40)
3. Dit is een agressie tegen de moslims en zij moeten dus terugslaan, “tot er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah is” (2.193).

De islamitische bronnen vertellen hierover:
1. De mensen van Mekka waren heel tolerant: er stonden 360 afgodenbeelden in hun tempel. Eén ervan stelde Allah voor. Er hing ook een schilderij van Maria en het kindeke Jezus. Mensen van alle godsdiensten waren welkom in Mekka en kwamen er samen op bedevaart.
2. Mohammed begon met zijn nieuwe godsdienst en werd gerust gelaten. Men zei dat hij een beetje gek was. Hij was trouwens niet de enige die zich als profeet voordeed. De mensen van Mekka waren een en ander gewoon.
3. Op een bepaald moment kreeg Mohammed zoveel zelfvertrouwen dat hij in “opdracht van Allah” de goden, de godsdienst en de voorvaderen van zijn stadsgenoten begon te beledigen. Hij veroorzaakte een enorme sociale onrust.
4. De moslims werden daarop tegengewerkt en er zijn een paar meldingen van folteringen, maar niemand is gedood.
5. Toen het te erg werd, verliet Mohammed Mekka en dwong zijn volgelingen om mee te gaan naar Medina.
6. De mensen van Mekka dachten dat het probleem opgelost was en gingen verder met hun dagelijks leven.
7. Na zich geïnstalleerd te hebben in Medina, begon Mohammed karavanen van de mensen van Mekka te overvallen
8. Hieruit groeide een 10-jarige oorlogstoestand tot Mohammed gestorven is.
9. Op het einde van zijn leven gaf hij opdracht om alle overblijvende niet-moslims uit het gebied te deporteren.
10. Sindsdien zijn alle godsdiensten er verboden behalve de Islam.

De oorlogstoestand door Mohammed gestart werd door zijn opvolgers verdergezet en 100 jaar later stonden de moslims in Frankrijk. Volgens Linda is dit in strijd met de Islam die enkel defensieve oorlogen toelaat. Of misschien betekent het niet aannemen van een uitnodiging tot de Islam een agressie waartegen men zich moet verdedigen?

In de 21e eeuw passen moslims dezelfde redenering nog altijd toe. Een illustratie: Luchthavencontroles in de Verenigde Staten.

Het moslim standpunt:
1. de Islam is een heel tolerante godsdienst
2. moslims wonen in Amerika, respecteren de wet en betalen belastingen
3. 99% van de moslims zijn helemaal niet extreem en tegen elke vorm van geweld
4. moslims worden extra gescreend op de luchthavens
5. het Westen haat de Islam zonder reden
6. de moslims moeten zich tegen dit onrecht verdedigen
7. het is dan niet te verwonderen dat er moslims zijn die aanslagen plegen of plannen
8. de moslims keuren die aanslagen niet goed maar ze zijn wel begrijpelijk

Het niet-moslim standpunt:
1. moslims hebben aanslagen uitgevoerd met vliegtuigen
2. de plegers van deze aanslagen waren moslims die zelf zeiden dat zij door de Islam gemotiveerd zijn
3. bijna elke week wordt in Amerika een complot ontdekt waarbij aanslagen voorbereid worden. Het blijkt meestal om moslims te gaan.
4. bijna geen enkel van de complotten wordt door andere moslims aan de autoriteiten gemeld. Het FBI moet de terroristen zelf opsporen
5. de Amerikanen zijn heel tolerant en denken er niet aan om alle moslims te laten deporteren of om immigratie van moslims te beperken.
6. om aanslagen te voorkomen zijn extra controles nodig op de luchthavens
7. het zou te gek zijn om iedereen te controleren
8. het is dus logisch dat zij zich op moslims concentreren en niet op chinezen of blanke oma’s
Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.
Hier doet Linda de doos van pandora open. “Bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging” zijn heel brede begrippen waar je alle kanten mee uitkan.

Spanje en grote delen van Oost-Europa waren honderden jaren islamitisch en zijn nu bezet door niet-moslims. Deze gebieden moeten heroverd worden, zeggen sommige moslims. Misschien denkt Linda ook zo?

Istanbul, dat 2000 jaar Grieks was en met geweld veroverd is door de Ottomaanse Turken, moet niet teruggegeven worden aan de Grieken. Er zijn geen (zelfmoord)aanslagen van Grieken gemeld in Turkije om het “onrecht” tegenover hen gepleegd te wreken. De Grieken die er ooit woonden, 2500 jaar lang, zijn dood of gedeporteerd. Zij hebben zich in hun lot geschikt.

Bezetting waarvan sprake geldt enkel voor gebieden die moslims opeisen en die door anderen “bezet” zijn. Voor gebieden die ooit christelijk waren en nu islamitisch, geldt het (natuur)recht van de sterkste en na het einde van de kolonisatie, het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren. “Onrecht” gaat in één richting, namelijk van niet-moslims naar moslims, nooit omgekeerd, ook niet tussen moslims onderling.

Het is opvallend dat moslims overal waar zij in de minderheid zijn “verdrukt” worden of het slachtoffer van “godsdienstvervolging” zijn. Dit kan verschillende vormen hebben:

- Moslims vinden moeilijker werk
- Vrouwen worden ontslaan als ze op het werk een hoofddoek willen dragen
- Moslims krijgen in de Belgische banken geen intrestvrije leningen en kunnen dus geen huis kopen
- Moslims mogen niet bidden op het werk
- Moslims krijgen opmerkingen wanneer hun productiviteit in de Ramadan achteruitgaat
- Moslims worden op de luchthavens meer gecontroleerd dan niet-moslims

Uit protest steken zij auto’s in brand. Maar moslims komen nooit in opstand wanneer een moslim dictator zijn eigen mensen, moslims of niet-moslims vermoordt. Kijk maar naar het Irak van Saddam of Darfur in Soedan.

Geen enkele moslim heeft het opgenomen voor de Iraki’s ten tijde van Saddam of voor de mensen van Darfur begin 21e eeuw. Totdat niet-moslims er zich gaan mee moeien. Dan trekken de jihadi’s van alle landen ernaar toe. Moslim dictators kunnen hun gangetje gaan omdat zij moslims zijn, maar niet-moslims met goede bedoelingen moeten bevochten worden omdat zij niet-moslims zijn.
Gewapende jihad moet daarenboven altijd getemperd worden door een jihad met het hart door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:
Hoe “getemperd” deze gewapende jihad moet zijn, heeft Linda zelf al geïllustreerd hierboven door vers 47.4 te citeren:

47.4. “Wanneer gij de ongelovigen (in oorlog) ontmoet, treft dan hun nek en wanneer gij overwinnaar zijt, bindt hen dan vast. En wanneer de oorlog opgehouden is, laat hen dan vrij uit gunst of voor een losprijs. Zo zij het ...

Maar het kan nog erger. Mohammed mocht van Allah geen gevangenen nemen (om later voor losgeld te ruilen) tot hij de vijand voldoende verzwakt had. Hij moest dus voldoende tegenstanders doden zodat ze de komende tijd geen gevaar meer betekenden. In de praktijk laat de Islam toe dat krijgsgevangenen gedood worden. Dit wordt geïllustreerd in volgend vers:

8.67. Een profeet kan geen gevangenen maken voordat hij tot geregeld vechten in het land komt. Gij wenst de goederen van deze wereld terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst. En Allah is Almachtig, Alwijs.

Vers 8.67 werd geopenbaard naar aanleiding van de slag bij Badr. Twee kompanen van Mohammed, Umar en Abu Bakr hadden een tegengestelde opinie i.v.m. de krijgsgevangenen.

Umar wilde hen onthoofden, Abu Bakr wilde hen tegen losgeld vrijlaten.

Mohammed koos de optie van Abu Bakr, maar Allah “openbaarde” dan vers 8.67 waarin Umar het gelijk langs zijn kant kreeg en Abu Bakr en Mohammed, die voor losgeld (“de goederen van deze wereld”) gekozen hadden vermaande. Mohammed heeft dit vers niet retroactief laten toepassen op de krijgsgevangenen die hij nog niet had laten onthoofden.

Op basis van dit vers laat de islamitische wet toe dat krijgsgevangenen gedood worden of vrijgelaten of welke andere beslissing ook die om tactische redenen de beste is. Op volgende link kan je lezen wat de leidinggevende korankommentator Ibn Kathir over vers 8.67 zegt.

Vers 8.12 is nog een bijkomende illustratie van die “getemperdheid” van de gewapende jihad.

8.12. Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: "Ik ben met u; versterkt de gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af."

De engelse vertaling door Yusuf Ali vertaalt vers 8.12 als volgt: Remember thy Lord inspired the angels (with the message): "I am with you: give firmness to the Believers: I will instil terror into the hearts of the Unbelievers: smite ye above their necks and smite all their fingertips off them."

Ontzag inboezemen” wordt hier in het Engels weergegeven als “terreur zaaien”.

In plaats van over getemperdheid te praten heeft de Koran het eerder over terreur door Allah zelf.
"En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet." (Koran 2:190).
Terwijl vers 2.190 nog de indruk geeft om defensief te zijn gaat vers 2.193 volledig in het offensief:

2.193. En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah wordt. Maar indien zij (met strijden) ophouden, dan is er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onrechtvaardigen.

Het komt er dus op neer dat de moslim moet vechten tot alleen Allah aanbeden wordt, dus dat het polytheïsme uitgeroeid is. Moslims voelen zich dus aangevallen door andere ideologieën die hun monotheïsme tegenspreken.
Diezelfde toon vind men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

"Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig". (Koran 60:7)
Vermeld vers is natuurlijk niet relevant tijdens de gewapende Jihad, enkel ervoor. De rest van Soera 60 bestaat grotendeels uit een vermaning aan de moslims om geen vriendschappen te sluiten met ongelovigen, zelfs niet met familieleden. De ongelovigen zijn degenen die “de waarheid verwerpen”.
Dit komt ook tot uiting in de hadith:
"Haat uw vijand op milde wijze, hij kan op een dag uw vriend worden." (gemeld door al-Tirmidhi).
Haat je vijand op milde wijze” is nog wat anders dan “bemin je vijand” uit het evangelie. De vraag is waarom Mohammed als stichter van een spirituele beweging überhaupt opdracht geeft om te haten. En hoe doe je dat, “op milde wijze haten”?
De 'jihad met het zwaard' is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohammed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde.

Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :
- Dood geen vrouwen
- Dood geen kinderen,
- Dood geen bejaarden,
- Dood geen zieken.
- Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
- Verniel geen onbewoonde plaatsen.
- Dood geen dieren behalve voor voedsel.
- Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
- Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
- En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven.

Abu Bakr zei ook dat men zelfs de melk van de dieren niet mocht gebruiken tenzij men de toestemming had van de eigenaars van de dieren. Islam kent een zeer uitgebreid stelsel van dierenrechten. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Sommige muslims wijzen erop dat als er sprake zou kunnen zijn van een 'heilige oorlog', dit enkel is in de zin van een oorlog waarin muslims gebonden zijn aan zulke 'heilige' door de Koran en de Sunnah ingestelde hoogstaande principes. Het is echter helemaal geen heilige oorlog in de zin waarin dit in het Westen begrepen wordt, met name een oorlog om anderen met geweld te bekeren tot het eigen geloof.

Zoals in 'jihad al-kuffar' gemotiveerd werd is het muslims volstrekt verboden deel te nemen aan zulk een oorlog. De Koran garandeert immers godsdienstvrijheid en verbiedt uitdrukkelijk het gebruik van dwang in de godsdienst.
Nadat Mohammed het hele gebied rond Mekka en Medina, hetgeen nu het Westen van Saoedi-Arabië is onderworpen had en gezuiverd had van alle niet-moslims, kunnen we ons de vraag stellen waarom Abu Bakr nog oorlog moest voeren?

Oh ja, er waren na de dood van Mohammed moslims die afvallig geworden waren en die werden met geweld weer “op het juiste pad” gebracht. “Geen dwang in de godsdienst” (2.256) zou Linda zeggen.

Wat Linda niet vermeldt is dat krijgsgevangen mannen mochten gefolterd en gedood worden en dat vrouwen die hun mannen op één of andere manier helpen of aanmoedigen mochten gedood worden.

Bovendien kunnen gevangen vrouwen tot slaaf gemaakt worden en verkracht worden, zoals in volgende Hadith aangegeven is. Tot daar de hoogstaande regels van oorlogsvoering in de Islam. Hier is de bewuste Hadith van Bukhari, Volume 5, Boek 59, Nummer 459:
Ibn Muhairiz heeft overgeleverd: Ik kwam de Moskee binnen en zag Abu Said Al-Khudri en ging naast hem zitten en vroeg hem over Al-Azl (dit is coitus interruptus). Abu Said zei, “We gingen met Allah’s Apostel naar de oorlog tegen de Banu Al-Mustaliq en we kwamen in het bezit van Arabische gevangenen en we hadden lustgevoel-ens voor vrouwen en onthouding werd heel moeilijk voor ons en we wouden coitus interruptus doen. Toen we dus van plan waren om coitus interruptus te doen, zeiden we, ‘Hoe kunnen we coitus interruptus doen voordat we het advies van Allah’s Apostel vragen die aanwezig is?” We vroegen (hem) hierover en hij zei, ‘Het is beter voor jullie om dit niet te doen, omdat een ziel (tot aan de dag der opstanding) die voorbestemd is om te bestaan, ook zal bestaan.”

Toestemming tot verkrachting van krijgsgevangen vrouwen wordt ook in deze en deze Hadith gerapporteerd.
Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

“En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God." (Koran 8:61)
Dit vers is geopenbaard naar aanleiding van de slag bij Badr, die zoals eerder gesteld een uit de hand gelopen roofoverval van Mohammed en de eerste moslims op een karavaan van de mensen van Mekka was.

De moslims vielen dus aan en Allah zegt hen dan dat als de tegenpartij vrede aanbiedt, zij die moeten aanvaarden. Een beetje zoals een bankrover die aan de bediende zegt dat als die het geld spontaan geeft, dat hij dan geen geweld gaat gebruiken.

Ibn Ishaq schrijft in zijn biografie op p 326 over vers 8.61 dat “geneigd zijn tot vrede” betekent: “op basis van de Islam”. Dit komt praktisch neer op het aanvaarden van het gezag van de islamitische wet. Vrede betekent hier dus overgave.

Vers 8.61 is het enige vers in Soerah 8 die een enigszins vreedzame betekenis zou kunnen hebben, maar bij nader toezien is dit maar schijn.
Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienst-vrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

"God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen..." (Koran 4:58).

"Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid." (Koran 5:8)

"God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is...." (Koran 16:90)

De Islamitische gemeenschap wordt hierbij, zoals eerder gezegd, naar voor geschoven als een modelgemeen-schap, een rechtvaardige gemeen-schap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Jihad al-asghar is enkel toegstaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.
Hetgeen “door de koran gereguleerd wordt in geval van een overwinning” staat in de verzen 9.5 en 9.29 uit hoofdstuk 9, dat één van de laatst geopenbaarde is.

Voor Joden en Christenen betekent dit het aanvaarden van een tweederangsstatus en het betalen van een bijzondere belasting, de Jizya waarvan de hoogte afhangt van de islamitische heerser. Zij zijn dus vrij zich al dan niet bij de islam aan te sluiten.

9.29 Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn.

Alle anderen worden gedood eventueel na een bedenktijd.

9.5 Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.

Terwijl verzen 9.5 en 9.29 regelgevend zijn voor de behandeling van niet-moslims, doet Linda hier alsof ze niet bestaan. We herhalen nog even dat de vermelde verzen voor een moslim „rechtvaardig“ zijn door het feit dat Allah het zo gedecreteerd heeft.

Dit alles heeft natuurlijk weinig met rechtvaardigheid volgens de hedendaagse westerse normen te maken. Kan je je inbeelden dat de Belgische Staat godsdienstvrijheid garandeert en dan een speciale, “rechtvaardige” belasting oplegt aan moslims, bvb. voor de extra kosten die de staatsveiligheid heeft voor het schaduwen van moskeeën en het volgen van (potentiële) moslim-terroristen? Zouden moslims dit dan rechtvaardig noemen?
Linda Bogaert schrijft:
3. Middelen om jihad te beoefenen
Onze commentaar:
Uit de verschillende soorten jihad is duidelijk geworden dat er ook verschillende middelen zijn waarover de mujahid kan beschikken om jihad te beoefen:

- jihad met het hart: het hart is een belangrijk instrument om het eigen geloof te zuiveren, recht-schapen te handelen, enz.
- Jihad met kennis, is vooral belangrijk in de jihad tegen ongeloof en tegen onrechtvaardigheid.
- jihad met welvaart, kan voor verschillende vormen van jihad ingezet worden.
- jihad met de hand, met daden: door rechtvaardig te handelen, goede werken te doen, enz.
- jihad met het woord: voor verspreiding van het geloof, strijd tegen ongeloof en onrecht.
- jihad door het zwaard: is enkel toegelaten in 'Jihad al-asghar'.
De Koran en de Sunnah regelen wanneer welk middel ingezet mag worden. Wanneer men oproept tot Jihad, is het dus niet noodzakelijk een oproep tot gewapend verzet.










Integendeel, in de meeste gevallen gaat het om een verzet via het woord en de waarheid tegen een onrechtvaardige situatie, waar helemaal geen wapens aan te pas mogen komen.
Linda doet hier uitschijnen dat de Koran en de Sunnah (het voorbeeld van Mohammed) hetgeen zij hierboven geschreven heeft alles duidelijk op een rijtje zet. Niets is minder waar.

Een bijkomend probleem is dat de moslimgeleerden maar ook de gewone moslims denken dat “oproepen tot jihad” wel een oproep tot geweld is. Zoals gewoonlijk proberen moslims de niet-moslims te overtuigen van het vreedzame karakter van de Islam. Het zou echter beter zijn om de “radicaliserende jongeren” hiervan te overtuigen. Want zij zijn het die de Islam in een slecht daglicht stellen.

Wie de Koran gelezen heeft zal zien dat de haat tegen ongelovigen het hoofdthema is. Het blijkt ook dat het probleem dat de Islam met ongelovigen heeft niet komt door het feit dat deze mensen slecht zijn maar door het feit dat zij niet geloven en Mohammed niet als Profeet erkennen.

Wie de Sunnah bestudeerd heeft, zal zien dat de overleveringen van Mohammed die met Jihad te maken hebben, voor 99% gaan over fysiek vechten tegen ongelovigen “omdat zij ongelovig zijn” en daarbij zijn alle middelen goed. De termen Jihad-an-nafs, jihad-ash-ashaytan, ... komen noch in de Koran noch in de Hadith voor. Deze zijn verzonnen.

Zoals elders op de site aangegeven verliep het vertellen van de “waarheid” door Mohammed in twee fazen:

1. in Mekka was hij zwak en had hij geen andere keuze dan “de waarheid” via “het woord” te verkondigen. “Het woord” moet men breed bekijken aangezien dit ook scheldpartijen inhield. De verzen die in Mekka geopenbaard zijn, reflecteren dit ook.
2. Toen Mohammed in Medina woonde en politieke en militaire macht had, had hij er genoeg van en kwam er een onophoudelijke oorlog om niet-moslims te “overtuigen” met het zwaard.

Hetzelfde fenomeen zien we ook in de 21e eeuw terug, waarbij moslims die geen politieke of militaire macht hebben, zich beperken tot het vertellen hoe mooi de Islam is en hoe goed Mohammed was.

Terwijl moslims die zich al sterk voelen, aanslagen plegen, niet-moslims onderdrukken en ervoor uitkomen dat Mohammed sterk (lees: gewelddadig) was.
Linda Bogaert schrijft:
4. Beloning voor de Mujahid: Hoop op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs
Onze commentaar:
Muslims die jihad beoefenen, kunnen hopen op Gods Barmhartigheid en toegang tot het Paradijs:
"Zij die geloven en zij die uitgeweken zijn en zich op Gods weg inspannen [{jahadoo}, jihad beoefenen], zij zijn het die op Gods barmhartigheid hopen. God is vergevend en barmhartig." (Koran 2:218)
Dat geldt, zoals in de tekst ook al aangegeven werd, voor alle vormen van jihad. Zo leidt bijvoorbeeld ook jihad an-nafs tot het Paradijs:
"Maar dan zal voor wie vreesde om voor zijn Heer te staan en zich zijn persoonlijke neigingen ontzegde de tuin zijn verblijfplaats zijn." (Koran 79:40-41)
Volgens de Islam is de zin van het leven dat het een test is om te zien wie al dan niet tot het Paradijs zal toegelaten worden:
"Wij hebben alles wat er op de aarde is tot een versiering gemaakt om hen op de proef te stellen wie van hen het beste is in wat hij doet." (Koran 18:7).

"Wij zullen jullie op de proef stellen met iets van vrees, honger en tekort aan bezittingen, levens en vruchten, maar verkondig het goede nieuws aan hen die geduldig volharden, die, als onheil hen treft, zeggen: "Wij behoren aan God toe en tot Hem zullen wij terugkeren". Zij zijn het met wie hun Heer mededogen heeft en erbarmen; zij zijn het die het goede pad volgen." (Koran 2:155-156)
Een van de redenen waarom het islamitische rijk zo snel gegroeid is, was de beloning van de Mujahid, de strijder in de Jihad.

Mohammed motiveerde zijn mannen met een “altijd-prijs” aanbod. Zowel sterven als in leven blijven had zijn voordelen, maar men moest er wel heel hard voor vechten.

Alternatief 1
Men vocht zich dood en ging recht naar de hemel:
3.157. En als gij voor de zaak van Allah wordt gedood of sterft, zal Allah's vergiffenis en barmhartigheid zeker beter zijn, dan hetgeen zij bijeengaren.
3.158. En indien gij sterft of gedood wordt, voorzeker, tot Allah zult gij worden teruggebracht.

In de hemel stond de martelaar het volgende te wachten:
52.17. Voorwaar, de godvruchtigen zullen in tuinen en gelukzaligheid zijn,
52.18. Genietende van de gaven, die hun Heer hun heeft geschonken en hun Heer heeft hen voor de marteling van het Vuur behoed.
52.19. Eet en drinkt met genoegen wegens hetgeen gij placht te doen.
52.20. (U) op tronen nedervlijend die in rijen zijn gerangschikt. En Wij zullen hen met schone meisjes verenigen die grote, mooie ogen hebben.
52.21. En met de gelovigen zullen Wij hun nageslacht, dat hun in het geloof volgt, verenigen. En Wij zullen zeker niets aan hun werken afdoen. Elk mens is onderpand voor zijn daden.
52.22. En Wij zullen hun een overvloed van fruit en vlees schenken, volgens hun wensen.
52.23. Daar zullen zij elkander een beker van hand tot hand reiken waarin ijdelheid noch zonde zal zijn.
52.24. En er zullen knapen rondgaan alsof zij welbewaakte paarlen zijn.

Alternatief 2
Men vocht heel hard, men won de oorlog en dan was er oorlogsbuit waaronder vrouwelijke slavinnen die vrij voor gebruik waren.
Jihad - het concreet beleven van het geloof, de concrete vertaling in daden van het geloof, is de aangewezen manier om die test tot een goed einde te brengen:

"Of rekenden jullie erop de tuin binnen te gaan, voordat God hen kent die zich van jullie inzetten [{jahadoo}, jihad beoefenen] en hen kent die geduldig volharden." (Koran 3:142)
Merk op hoe Fred Leemhuis het werkwoord {j-h-d} hier vertaalt als 'zich inzetten'. Het gaat inderdaad om alle inspanningen die men doet voor God. Jihad is de concrete vertaling van het geloof. Zonder jihad, is het geloof niet volledig:

De Boodschapper van God zei: "wanneer iemand voor God staat zonder teken van Jihad, zal hij voor God staan met een tekortkoming." (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurayrah)

Net zoals enkel God kan oordelen over wie gelooft en wie niet, weet enkel God wie een Mujahid is, wie het geloof in praktijk brengt en beleeft:

De Boodschapper van God zei: "Het voorbeeld van de Mujahid (diegene die jihad beoefent) voor de zaak van God, en enkel God weet wie werkelijk jihad beoefent voor Zijn zaak, is het voorbeeld van diegene die zowel een Saa'im (diegene die vast) is als een Qaa'im (diegene die vrijwillige gebeden doet)" (Al-Bukhari).




Weerom wordt een vers geciteerd waarbij door Linda aan jahada een spirituele betekenis gegeven wordt terwijl de verzen errond duidelijk aangeven dat het hier over oorlog gaat. Volgende link naar de koranCommentaar van Ibn Kathir bevestigt dit ook (The Ayah asks, do you think that you will enter Paradise without being tested with warfare and hardships).

Linda haalt weer een vers uit context en veralgemeent dan de betekenis van Jihad.
Linda Bogaert schrijft:
Epiloog
Onze commentaar:
Jihad is geen synoniem met oorlog, zoveel is duidelijk. Het is een vertaling in gevoel en rede, in woord en daad, van het geloof.

Het is de ultieme manier om God te vereren door het geloof daadwerkelijk te beleven. Het betekent niets anders dan zich inzetten om op elk moment van het leven God te dienen. In de meeste gevallen is geweld daarbij uitdrukkelijk verboden, en kunnen enkel vreedzame middelen als het woord aangewend worden. Zelfs in het ene geval van jihad al-asghar, waar geweld wel toegestaan is, bedoelen muslims met 'heilige' oorlog, een oorlog die aan hoogstaande morele principes gebonden is - dat is een gans andere betekenis dan de in het Westen gangbare betekenis van een oorlog om het geloof te verspreiden, een onderneming waar muslims overigens niet mogen aan deelnemen omdat de Koran voor iedereen godsdienstvrijheid garandeert en dwang in geloofszaken verbiedt.  
Jihad komt van het woord “jahada” dat “streven” betekent en dit kan van alles betekenen.


Zowel in de Koran als in de Hadith wordt het woord “jihad” voor 99% als een fysieke strijd voorgesteld om de Islam te verdedigen of uit te breiden. Wanneer in de islamitische wereld iemand jihad zegt, dan bedoelt hij oorlog.

In het Westen kunnen moslims dit natuurlijk niet zeggen en hebben zij de spirituele jihad uitgevonden en uitgewerkt. De basis hiervoor in de islamitische bronteksten bestaat wel maar is uiterst zwak.

Dat de Koran voor iedereen geloofsvrijheid garandeert is een fabeltje. Dan zouden moslims het voorbeeld van hun Profeet Mohammed afwijzen die zelf alle niet-moslims uit zijn gebied laten deporteren heeft als zij al niet eerder gedood waren of zich bekeerd hadden.

De Islam zegt dat iedereen die geen moslim is naar de hel gaat.
3.85. En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.

Joden en Christenen worden gedoogd, mits zij zich ondergeschikt maken aan de moslims (9.29). Alle andere dienen gedood te worden (9.5).

Moslims die de Islam verlaten dienen gedood te worden. Sommige moslims beweren zelfs dat dit ook een vorm van vrijheid is aangezien je er vrijwillig voor kiest om moslim te blijven of afvallig te worden en te sterven.

Inleiding en nawoord: klik hier
Om terug te gaan naar deel 1: klik hier

Inleiding en nawoord: klik hier
Om terug te gaan naar deel 1: klik hier